BWBR0028889
Geldig vanaf 2010-10-26
Artikel 5
Beleidsregels verlagen subsidie POP2
1. Indien een subsidieontvanger voorschriften inzake het beheer niet naleeft of de betrokken landbouwgrond niet voldoet aan de terreinkenmerken die voor de subsidie zijn voorgeschreven, wordt de subsidie verlaagd overeenkomstig het kortingspercentage in Bijlage 1.
2. Indien een niet-naleving, als bedoeld in het eerste lid, wordt geconstateerd, wordt de aanvrager verzocht de niet-naleving te herstellen binnen een termijn van 4 tot 20 weken verzocht, tenzij:
a. sprake is van opzettelijke nalatigheid;
b. herstel niet meer mogelijk is.
3. Bij de bepaling van de hersteltermijn, als bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de fysieke omstandigheden ter plaatse.
4. Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een verlaging vastgesteld en worden de verlagingen gecumuleerd. Het kortingspercentage bedraagt maximaal 100% van de subsidie.
5. De verlaging, zoals bedoeld in het eerste en vierde lid van dit artikel, wordt berekend als een percentage van de jaarbetaling. Indien door de geconstateerde niet-naleving de realisatie van de doelstelling van het beheerspakket of landschapspakket permanent niet meer behaald kan worden, bedraagt het kortingspercentage 100% van het totale bedrag van de subsidie.
6. Indien een ontvanger van een probleemgebiedenvergoeding als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheervan de onderscheiden provincies of paragraaf 4.2 van Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer van de onderscheiden provincies niet voldoet aan de verplichting om een beheerspakket te ontwikkelen of in stand te houden, wordt in de beschikking tot subsidievaststelling de subsidie op nul vastgesteld.
2. Indien een niet-naleving, als bedoeld in het eerste lid, wordt geconstateerd, wordt de aanvrager verzocht de niet-naleving te herstellen binnen een termijn van 4 tot 20 weken verzocht, tenzij:
a. sprake is van opzettelijke nalatigheid;
b. herstel niet meer mogelijk is.
3. Bij de bepaling van de hersteltermijn, als bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de fysieke omstandigheden ter plaatse.
4. Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een verlaging vastgesteld en worden de verlagingen gecumuleerd. Het kortingspercentage bedraagt maximaal 100% van de subsidie.
5. De verlaging, zoals bedoeld in het eerste en vierde lid van dit artikel, wordt berekend als een percentage van de jaarbetaling. Indien door de geconstateerde niet-naleving de realisatie van de doelstelling van het beheerspakket of landschapspakket permanent niet meer behaald kan worden, bedraagt het kortingspercentage 100% van het totale bedrag van de subsidie.
6. Indien een ontvanger van een probleemgebiedenvergoeding als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheervan de onderscheiden provincies of paragraaf 4.2 van Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer van de onderscheiden provincies niet voldoet aan de verplichting om een beheerspakket te ontwikkelen of in stand te houden, wordt in de beschikking tot subsidievaststelling de subsidie op nul vastgesteld.