BWBR0028839
Geldig vanaf 2010-10-16
Artikel 2
Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart 2010
1. De luchtvaartmaatschappij stelt een beveiligingsprogramma op, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de EG- verordening 300/2008, waarin wordt beschreven welke methoden en procedures de luchtvaartmaatschappij dient te volgen om te voldoen aan deze verordening en aan het nationaal programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart van de lidstaat van waaruit hij diensten verleent.
2. Het beveiligingprogramma van een luchtvaartmaatschappij, waarvan de exploitatievergunning in Nederland is afgegeven door de Minister van Verkeer en Waterstaat, behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat.
3. De luchtvaartmaatschappij is verplicht het beveiligingsprogramma te overleggen aan de Commandant van de Koninklijke marechaussee, die indien nodig aanvullende maatregelen kan nemen.
2. Het beveiligingprogramma van een luchtvaartmaatschappij, waarvan de exploitatievergunning in Nederland is afgegeven door de Minister van Verkeer en Waterstaat, behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat.
3. De luchtvaartmaatschappij is verplicht het beveiligingsprogramma te overleggen aan de Commandant van de Koninklijke marechaussee, die indien nodig aanvullende maatregelen kan nemen.