BWBR0028835
Geldig vanaf 14-10-2010
Artikel 2
Besluit ondermandaat gemandateerd korpsbeheerder BES
1. Aan de Rijksvertegenwoordiger wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van aangelegenheden op het terrein van het beheer van het politiekorps en het brandweerkorps, voor zover deze aangelegenheden naar aard en inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij door de Minister of de directeur-generaal Veiligheid dienen te worden afgedaan.
2. Het mandaat, de volmacht en de machtiging van de Rijksvertegenwoordiger strekken zich in ieder geval uit tot:
a. het op voorstel van de korpschef, onderscheidenlijk de algemeen commandant, besluiten tot benoeming, bevordering, schorsing en ontslag van ambtenaren van politie van het politiekorps en van personeel van het brandweerkorps, voor zover deze worden aangesteld op basis van lokale arbeidsvoorwaarden;
b. de beëdiging van ambtenaren van politie die deel uitmaken van de korpsleiding van het politiekorps en van het personeel van het brandweerkorps dat deel uitmaakt van de korpsleiding;
c. het uitreiken, registreren en innemen van het politielegitimatiebewijs aan de ambtenaren van politie die deel uitmaken van de korpsleiding van het politiekorps;
d. het vertegenwoordigen van de Staat der Nederlanden in gerechtelijke procedures met betrekking tot een personele aangelegenheid van het politiekorps of van het brandweerkorps;
e. het verrichten van een verzoek om bijstand voor de handhaving van de openbare orde op grond van artikel 38 Rijkswet politie;
f. het voeren van het overleg als bedoeld in artikel 48, vijfde lid, van de Rijkswet politie met de procureur-generaal en de korpschef over het beheer van de politie;
g. het namens de Minister voor de Staat verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen vanaf een bedrag van USD 50.000,– exclusief BTW tot een bedrag van USD 250.000,– exclusief BTW.
2. Het mandaat, de volmacht en de machtiging van de Rijksvertegenwoordiger strekken zich in ieder geval uit tot:
a. het op voorstel van de korpschef, onderscheidenlijk de algemeen commandant, besluiten tot benoeming, bevordering, schorsing en ontslag van ambtenaren van politie van het politiekorps en van personeel van het brandweerkorps, voor zover deze worden aangesteld op basis van lokale arbeidsvoorwaarden;
b. de beëdiging van ambtenaren van politie die deel uitmaken van de korpsleiding van het politiekorps en van het personeel van het brandweerkorps dat deel uitmaakt van de korpsleiding;
c. het uitreiken, registreren en innemen van het politielegitimatiebewijs aan de ambtenaren van politie die deel uitmaken van de korpsleiding van het politiekorps;
d. het vertegenwoordigen van de Staat der Nederlanden in gerechtelijke procedures met betrekking tot een personele aangelegenheid van het politiekorps of van het brandweerkorps;
e. het verrichten van een verzoek om bijstand voor de handhaving van de openbare orde op grond van artikel 38 Rijkswet politie;
f. het voeren van het overleg als bedoeld in artikel 48, vijfde lid, van de Rijkswet politie met de procureur-generaal en de korpschef over het beheer van de politie;
g. het namens de Minister voor de Staat verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen vanaf een bedrag van USD 50.000,– exclusief BTW tot een bedrag van USD 250.000,– exclusief BTW.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028835
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl