BWBR0028832
Geldig vanaf 14-10-2010
Artikel 6
Organisatie- en mandaatbesluit BZK-BES
1. Het mandaat van de directeur-generaal Veiligheid strekt zich in ieder geval uit tot:
a. besluitvorming tot benoeming, bevordering, schorsing en ontslag van ambtenaren van politie van het politiekorps Bonaire, Sint Eustatius;
b. de beëdiging van ambtenaren van politie van het korps politie Bonaire, Sint Eustatius en Saba en van personeel van het brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
c. het uitreiken, registreren en innemen van politielegitimatiebewijzen als bedoeld in de Regeling politielegitimatiebewijs BES;
d. het vertegenwoordigen van de Minister namens de Staat der Nederlanden in gerechtelijke procedures met betrekking tot een personele aangelegenheid van het korps politie Bonaire, Sint Eustatius en Saba en van het brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
e. het verrichten van een verzoek om bijstand voor de handhaving van de openbare orde op grond van artikel 38 Rijkswet politie;
f. het namens de korpsbeheerder voeren van het overleg als bedoeld in artikel 48, vijfde lid van de Rijkswet politie met de procureur-generaal en de korpschef over het beheer van de politie;
g. besluitvorming tot het aanstellen, bevorderen, schorsen en ontslaan van het personeel van het brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
h. het stellen van regels met betrekking tot het dragen, het onderhoud en het in een inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en munitie, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 11 van het Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES;
i. het sluiten van dienstverleningsovereenkomsten met de directeur van de Rijksdienst Caribisch Nederland ten behoeve van het politiekorps en van het brandweerkorps.
2. De directeur-generaal Veiligheid kan ten aanzien van de bevoegdheden genoemd in het eerste lid, onderdeel a tot en met h, en in artikel 5, ondermandaat verlenen aan de Rijksvertegenwoordiger, de korpschef van het politiekorps of de algemeen commandant van het brandweerkorps.
3. De Rijksvertegenwoordiger, de korpschef van het politiekorps en de algemeen commandant van het brandweerkorps zijn bevoegd aan de aan hun ondergeschikte functionarissen ondermandaat te verlenen ten aanzien van de bevoegdheden waarop het tweede lid is toegepast.
4. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid is de directeur van de Rijksdienst Caribisch Nederland namens de directeur-generaal Veiligheid in diens hoedanigheid van gemandateerd korpsbeheerder bevoegd tot de ondertekening van besluiten die voortvloeien uit de bevoegdheden genoemd in het eerste lid onderdelen a en g.
a. besluitvorming tot benoeming, bevordering, schorsing en ontslag van ambtenaren van politie van het politiekorps Bonaire, Sint Eustatius;
b. de beëdiging van ambtenaren van politie van het korps politie Bonaire, Sint Eustatius en Saba en van personeel van het brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
c. het uitreiken, registreren en innemen van politielegitimatiebewijzen als bedoeld in de Regeling politielegitimatiebewijs BES;
d. het vertegenwoordigen van de Minister namens de Staat der Nederlanden in gerechtelijke procedures met betrekking tot een personele aangelegenheid van het korps politie Bonaire, Sint Eustatius en Saba en van het brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
e. het verrichten van een verzoek om bijstand voor de handhaving van de openbare orde op grond van artikel 38 Rijkswet politie;
f. het namens de korpsbeheerder voeren van het overleg als bedoeld in artikel 48, vijfde lid van de Rijkswet politie met de procureur-generaal en de korpschef over het beheer van de politie;
g. besluitvorming tot het aanstellen, bevorderen, schorsen en ontslaan van het personeel van het brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
h. het stellen van regels met betrekking tot het dragen, het onderhoud en het in een inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en munitie, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 11 van het Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES;
i. het sluiten van dienstverleningsovereenkomsten met de directeur van de Rijksdienst Caribisch Nederland ten behoeve van het politiekorps en van het brandweerkorps.
2. De directeur-generaal Veiligheid kan ten aanzien van de bevoegdheden genoemd in het eerste lid, onderdeel a tot en met h, en in artikel 5, ondermandaat verlenen aan de Rijksvertegenwoordiger, de korpschef van het politiekorps of de algemeen commandant van het brandweerkorps.
3. De Rijksvertegenwoordiger, de korpschef van het politiekorps en de algemeen commandant van het brandweerkorps zijn bevoegd aan de aan hun ondergeschikte functionarissen ondermandaat te verlenen ten aanzien van de bevoegdheden waarop het tweede lid is toegepast.
4. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid is de directeur van de Rijksdienst Caribisch Nederland namens de directeur-generaal Veiligheid in diens hoedanigheid van gemandateerd korpsbeheerder bevoegd tot de ondertekening van besluiten die voortvloeien uit de bevoegdheden genoemd in het eerste lid onderdelen a en g.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028832
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl