BWBR0028781
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 7
Regeling vergoeding vervoermiddelen 1950 BES
1. De uitbetaling van de vergoedingen bedoeld in artikel 1 geschiedt op door belanghebbenden in drievoud ingediende declaraties. Bij deze declaraties moeten in tweevoud worden gevoegd de door betrokkene opgemaakte rittenbriefjes.
2. De declaraties moeten vermelden:
a. de K.M.-standen van de gebruikte auto aan het begin en aan het einde van elke maand;
b. het adres van de betrokken ambtenaar:
c. de afstand van woonhuis naar kantoor of werkplaats ;
3. De rittenbriefjes moeten vermelden:
a. het doel der gemaakte rit;
b. het begin- en het eindpunt van de gemaakte rit;
c. voor elke rit: het aantal kilometers ten behoeve van de dienst afgelegd.
4. De verklaring van oplevering wordt door het betrokken diensthoofd getekend, nadat deze de declaratie behoorlijk heeft gecontroleerd.
5. De derde exemplaren van de door het Departement van Openbare Werken, de Landsradio- en Telefoondienst en de Landswatervoorzieningsdienst betaalde declaraties wegens kilometergelden, moeten, vergezeld van de duplicaten van de rittenbriefjes, terstond worden toegezonden aan de Administrateur van Financiën.
6. Het bevoegd gezag is bevoegd nadere voorschriften te geven omtrent het opmaken of het invullen van declaraties of rittenbriefjes.
7. Voorzover het bevoegd gezag het nodig oordeelt inlichtingen te vragen omtrent de bij hem ingezonden declaraties en/of rittenbriefjes worden deze door de diensthoofden verstrekt.
2. De declaraties moeten vermelden:
a. de K.M.-standen van de gebruikte auto aan het begin en aan het einde van elke maand;
b. het adres van de betrokken ambtenaar:
c. de afstand van woonhuis naar kantoor of werkplaats ;
3. De rittenbriefjes moeten vermelden:
a. het doel der gemaakte rit;
b. het begin- en het eindpunt van de gemaakte rit;
c. voor elke rit: het aantal kilometers ten behoeve van de dienst afgelegd.
4. De verklaring van oplevering wordt door het betrokken diensthoofd getekend, nadat deze de declaratie behoorlijk heeft gecontroleerd.
5. De derde exemplaren van de door het Departement van Openbare Werken, de Landsradio- en Telefoondienst en de Landswatervoorzieningsdienst betaalde declaraties wegens kilometergelden, moeten, vergezeld van de duplicaten van de rittenbriefjes, terstond worden toegezonden aan de Administrateur van Financiën.
6. Het bevoegd gezag is bevoegd nadere voorschriften te geven omtrent het opmaken of het invullen van declaraties of rittenbriefjes.
7. Voorzover het bevoegd gezag het nodig oordeelt inlichtingen te vragen omtrent de bij hem ingezonden declaraties en/of rittenbriefjes worden deze door de diensthoofden verstrekt.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028781
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl