BWBR0028755
Geldig vanaf 2010-10-07
Artikel 6
Beleidsregel uitzonderingsscholen VO
1. Voor de scholen die op grond van de versie van 27 september 2010 van deze beleidsregel in aanmerking kwamen voor overgangsbekostiging wordt de overgangsbekostiging met ingang van 1 januari 2012 opnieuw vastgesteld. Deze wordt als volgt berekend:
Indien er bij de uitkomst van het onder b berekende budget sprake is van een achteruitgang ten opzichte van het onder a vastgestelde budget, is dit negatieve verschil het eenmalig vastgestelde overgangsbudget:
a. het personele budget vastgesteld op basis van de formatie direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de beleidsregel Uitzonderingsscholen (gepubliceerd in 2010);
b. het personele budget voor het kalenderjaar 2012 inclusief de aanvullende formatieplaatsen ingevolge de met ingang van 1 januari 2012 gewijzigde beleidsregel. Bij de berekening van dit budget wordt uitgegaan van het aantal leerlingen en de gemiddelde personeelslast die golden bij de vaststelling van het onder a genoemde budget.
2. Voor de in het eerste lid bedoelde scholen zal voor het kalenderjaar 2012 90% van het in het eerste lid berekende verschil ter beschikking worden gesteld. De acht daaropvolgende kalenderjaren wordt deze bekostiging vervolgens in stappen van 10% afgebouwd.
3. De som van de in het tweede lid genoemde jaarlijks berekende bedragen, wordt in het kalenderjaar 2012 in één keer ter beschikking gesteld volgens het betaalritme van de reguliere personele bekostiging.
Indien er bij de uitkomst van het onder b berekende budget sprake is van een achteruitgang ten opzichte van het onder a vastgestelde budget, is dit negatieve verschil het eenmalig vastgestelde overgangsbudget:
a. het personele budget vastgesteld op basis van de formatie direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de beleidsregel Uitzonderingsscholen (gepubliceerd in 2010);
b. het personele budget voor het kalenderjaar 2012 inclusief de aanvullende formatieplaatsen ingevolge de met ingang van 1 januari 2012 gewijzigde beleidsregel. Bij de berekening van dit budget wordt uitgegaan van het aantal leerlingen en de gemiddelde personeelslast die golden bij de vaststelling van het onder a genoemde budget.
2. Voor de in het eerste lid bedoelde scholen zal voor het kalenderjaar 2012 90% van het in het eerste lid berekende verschil ter beschikking worden gesteld. De acht daaropvolgende kalenderjaren wordt deze bekostiging vervolgens in stappen van 10% afgebouwd.
3. De som van de in het tweede lid genoemde jaarlijks berekende bedragen, wordt in het kalenderjaar 2012 in één keer ter beschikking gesteld volgens het betaalritme van de reguliere personele bekostiging.