BWBR0028752
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 1640
Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a
Wanneer een der vennoten, voor zijn eigen rekening, een opeisbare som te vorderen heeft van iemand, die mede een insgelijks opeisbare som verschuldigd is aan de maatschap, moet de betaling, welke hij ontvangt, op de inschuld der maatschap en op die van hemzelf, naar evenredigheid van beide die vorderingen, toegerekend worden, al ware het ook dat hij, bij de kwijting, alles in mindering of voldoening van zijn eigen inschuld mocht gebracht hebben; maar indien hij bij de kwijting bepaald heeft, dat de gehele betaling zoude strekken voor de inschuld der maatschap, zal deze bepaling worden nagekomen.
- Citeren als
- Art. 1640
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028752
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl