BWBR0028749
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 80
Burgerlijk Wetboek BES Boek 6
1. De gevolgen van niet-nakoming treden reeds in voordat de vordering opeisbaar is, indien:
a. vaststaat dat nakoming zonder tekortkoming onmogelijk zal zijn;
b. de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming zal tekortschieten; of
c. de schuldeiser goede gronden heeft te vrezen dat de schuldenaar in de nakoming zal tekortschieten en deze niet voldoet aan een schriftelijke aanmaning met opgave van die gronden om zich binnen een bij die aanmaning gestelde redelijke termijn bereid te verklaren zijn verplichtingen na te komen.
2. Het oorspronkelijke tijdstip van opeisbaarheid blijft gelden voor de verschuldigdheid van schadevergoeding wegens vertraging en de toerekening aan de schuldenaar van het onmogelijk worden van nakoming tijdens zijn verzuim.
a. vaststaat dat nakoming zonder tekortkoming onmogelijk zal zijn;
b. de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming zal tekortschieten; of
c. de schuldeiser goede gronden heeft te vrezen dat de schuldenaar in de nakoming zal tekortschieten en deze niet voldoet aan een schriftelijke aanmaning met opgave van die gronden om zich binnen een bij die aanmaning gestelde redelijke termijn bereid te verklaren zijn verplichtingen na te komen.
2. Het oorspronkelijke tijdstip van opeisbaarheid blijft gelden voor de verschuldigdheid van schadevergoeding wegens vertraging en de toerekening aan de schuldenaar van het onmogelijk worden van nakoming tijdens zijn verzuim.
- Citeren als
- Art. 80
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028749
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl