BWBR0028748
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 90
Burgerlijk Wetboek BES Boek 5
1. Voor zover niet in de akte van vestiging anders is bepaald, behoren vruchten die tijdens de duur der erfpacht zijn afgescheiden of opeisbaar geworden, en voordelen van roerende aard die de zaak oplevert, aan de erfpachter.
2. Voordelen van onroerende aard behoren aan de eigenaar toe. Zij zijn eveneens aan de erfpacht onderworpen, tenzij in de akte van vestiging anders is bepaald.
2. Voordelen van onroerende aard behoren aan de eigenaar toe. Zij zijn eveneens aan de erfpacht onderworpen, tenzij in de akte van vestiging anders is bepaald.
- Citeren als
- Art. 90
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028748
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl