BWBR0028745
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 215
Burgerlijk Wetboek BES Boek 3
1. Komt de vruchtgebruiker de bevoegdheid tot gehele of gedeeltelijke vervreemding en vertering van aan het vruchtgebruik onderworpen goederen toe, dan kan de hoofdgerechtigde bij het einde van het vruchtgebruik afgifte vorderen van de in vruchtgebruik gegeven goederen of hetgeen daarvoor in de plaats getreden is, voor zover de vruchtgebruiker of zijn rechtverkrijgenden niet bewijzen dat die goederen verteerd of door toeval teniet gegaan zijn.
2. Bij de vestiging van het vruchtgebruik kunnen een of meer personen worden aangewezen, wier toestemming voor de vervreemding en de vertering nodig is. Staat het vruchtgebruik onder bewind, dan zijn de vervreemding en de vertering van de medewerking van de bewindvoerder afhankelijk.
3. Komt de vruchtgebruiker de bevoegdheid tot vervreemding en vertering toe, dan mag hij de goederen ook voor gebruikelijke kleine geschenken bestemmen.
2. Bij de vestiging van het vruchtgebruik kunnen een of meer personen worden aangewezen, wier toestemming voor de vervreemding en de vertering nodig is. Staat het vruchtgebruik onder bewind, dan zijn de vervreemding en de vertering van de medewerking van de bewindvoerder afhankelijk.
3. Komt de vruchtgebruiker de bevoegdheid tot vervreemding en vertering toe, dan mag hij de goederen ook voor gebruikelijke kleine geschenken bestemmen.
- Citeren als
- Art. 215
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028745
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl