BWBR0028721
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 148
Besluit toezicht luchtvaart BES
1. De exploitant van een luchtvaartterrein, dat gedurende de nacht of tijdens instrument-weersomstandigheden kan worden gebruikt, draagt zorg dat:
a. indien geen verharde banen op het luchtvaartterrein zijn aangelegd, lichten zijn geplaatst ter aanduiding van de grens van het landingsterrein of van en gedeelte hiervan; indien wel verharde banen op het luchtvaartterrein zijn aangelegd, lichten zijn geplaatst ter aanduiding van de verharde banen en de daarbij behorende verharde rijbanen;
b. een naderingsverlichting is aangebracht ter vergemakkelijking van het landen bij zowel goed als bij slecht zicht;
c. een krachtinstallatie aanwezig is voor elektrische energievoorziening in noodgevallen.
2. Ten aanzien van de verlichting en lichten, bedoeld in het eerste lid, kunnen door de Minister nadere voorschriften worden vastgesteld en aanwijzingen worden gegeven.
a. indien geen verharde banen op het luchtvaartterrein zijn aangelegd, lichten zijn geplaatst ter aanduiding van de grens van het landingsterrein of van en gedeelte hiervan; indien wel verharde banen op het luchtvaartterrein zijn aangelegd, lichten zijn geplaatst ter aanduiding van de verharde banen en de daarbij behorende verharde rijbanen;
b. een naderingsverlichting is aangebracht ter vergemakkelijking van het landen bij zowel goed als bij slecht zicht;
c. een krachtinstallatie aanwezig is voor elektrische energievoorziening in noodgevallen.
2. Ten aanzien van de verlichting en lichten, bedoeld in het eerste lid, kunnen door de Minister nadere voorschriften worden vastgesteld en aanwijzingen worden gegeven.
- Citeren als
- Art. 148
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028721
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl