BWBR0028681
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 231
Wetboek van Strafvordering BES
... 1 Indien een verdachte, getuige of deskundige de taal die de rechter-commissaris bezigt, niet verstaat, benoemt deze een tolk, die de leeftijd van achttien jaren moet hebben bereikt. Artikel 349, tweede lid , is van toepassing. 2 Indien een verdachte of getuige niet of slechts zeer gebrekkig horen of spreken kan, bepaalt de rechter-commissaris dat de vragen of de antwoorden schriftelijk zullen geschieden. 3 Kan de in het tweede lid bedoelde verdachte of getuige niet of slechts zeer gebrekkig lezen of schrijven, dan kan de rechter-commissaris een daartoe geschikte persoon tot tolk benoemen. 4 De tolk wordt, zo nodig, op bevel van de rechter-commissaris gedagvaard en wordt beëdigd. Artikel 250, tweede lid , betreffende de vervanging van de beëdiging door een aanmaning, is van overeenkomstige toepassing.