BWBR0028675
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 2
Regeling vrijstelling telecommunicatiemachtiging BES
1. Onverminderd de overige vereisten van het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES is geen machtiging als bedoeld in de artikelen 15, eerste lid, en 16, derde lid, onderdeel a, van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES vereist voor een radio-elektrische zend- en ontvanginrichting die kan worden aangemerkt als apparatuur bestemd voor “Global Mobile Personal Communication Systems”, verder aan te duiden als GMPCS-apparatuur, en die slechts is te gebruiken in samenwerking met andere GMPCS-apparatuur, die op commerciële basis wordt geëxploiteerd en die is aangebracht in en functioneert vanuit een ruimtesatelliet dan wel met de telecommunicatie-infrastructuur, waarvoor een concessie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES is verleend, en waarbij de te gebruiken zend- en ontvangfrequenties zijn toegewezen aan de houder van een machtiging als bedoeld in de artikelen 15, eerste lid, en 16, derde lid, onderdeel a, van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES, die zodanige radio-elektrische zend- en ontvanginrichtingen krachtens die machtiging in de handel brengt.
2. De in het eerste lid bedoelde vrijstelling vervalt zodra de in dat lid bedoelde houder van de aldaar bedoelde machtiging zijn activiteiten ter zake van de in het eerste lid bedoelde radio-elektrische zend- en ontvanginrichtingen beëindigt.
2. De in het eerste lid bedoelde vrijstelling vervalt zodra de in dat lid bedoelde houder van de aldaar bedoelde machtiging zijn activiteiten ter zake van de in het eerste lid bedoelde radio-elektrische zend- en ontvanginrichtingen beëindigt.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028675
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl