BWBR0028664
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 14
Besluit scholen v.w.o., h.a.v.o., v.s.b.o. BES
1. Aan het einde van het eerste leerjaar van de basisvorming maakt de directeur onderscheidenlijk de rector over iedere leerling een voortgangsrapport op, waarin de stand van de vorderingen vermeld wordt ten aanzien van de vakken waarin de leerling gedurende de basisvorming onderwijs volgt.
2. Aan het einde van het tweede leerjaar van de basisvorming maakt de directeur onderscheidenlijk de rector over iedere leerling een rapport op, waarin vermeld wordt of de leerling de vakken waarin hij gedurende de basisvorming onderwijs heeft gevolgd, in voldoende mate beheerst.
3. Indien een leerling aan het einde van het eerste of tweede leerjaar van de basisvorming de vakken waarin hij gedurende het eerste onderscheidenlijk het tweede jaar onderwijs heeft gevolgd, in onvoldoende mate beheerst kan de directeur onderscheidenlijk de rector, na overleg met de inspectie, slechts in bijzondere gevallen de beslissing nemen de leerling het leerjaar te laten overdoen.
4. Aan het einde van de overige leerjaren, met uitzondering van het eindexamenjaar, maakt de directeur onderscheidenlijk de rector voor iedere leerling een overgangsrapport op, waarin vermeld wordt of de leerling wel of niet bevorderd is naar het volgende leerjaar. Voorwaardelijke bevordering is slechts mogelijk aan het einde van het derde leerjaar aan een school voor h.a.v.o. dan wel aan het einde van het derde en vierde leerjaar aan een school voor v.w.o.
2. Aan het einde van het tweede leerjaar van de basisvorming maakt de directeur onderscheidenlijk de rector over iedere leerling een rapport op, waarin vermeld wordt of de leerling de vakken waarin hij gedurende de basisvorming onderwijs heeft gevolgd, in voldoende mate beheerst.
3. Indien een leerling aan het einde van het eerste of tweede leerjaar van de basisvorming de vakken waarin hij gedurende het eerste onderscheidenlijk het tweede jaar onderwijs heeft gevolgd, in onvoldoende mate beheerst kan de directeur onderscheidenlijk de rector, na overleg met de inspectie, slechts in bijzondere gevallen de beslissing nemen de leerling het leerjaar te laten overdoen.
4. Aan het einde van de overige leerjaren, met uitzondering van het eindexamenjaar, maakt de directeur onderscheidenlijk de rector voor iedere leerling een overgangsrapport op, waarin vermeld wordt of de leerling wel of niet bevorderd is naar het volgende leerjaar. Voorwaardelijke bevordering is slechts mogelijk aan het einde van het derde leerjaar aan een school voor h.a.v.o. dan wel aan het einde van het derde en vierde leerjaar aan een school voor v.w.o.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028664
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl