BWBR0028639
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 120
Besluit Luchtverkeer BES
1. Wanneer tijdens een gecontroleerde VFR-vlucht blijkt, dat voortzetting daarvan onder zichtweersomstandigheden volgens het geldend vliegplan niet uitvoerbaar is, wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde in het tweede, derde, vierde of vijfde lid.
2. In de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, wordt, behoudens het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, een herziening van de klaring gevraagd, waardoor het alsnog mogelijk wordt om:
a. de vlucht in zichtweersomstandigheden voort te zetten naar het luchtvaartterrein van bestemming of een luchtvaartterrein waarnaar wordt uitgeweken, of
b. het betreffende luchtverkeersleidingsgebied, waarin eveneens luchtverkeersleiding aan VFR-vluchten wordt gegeven, te verlaten.
3. Indien een klaring als bedoeld in het tweede lid niet kan worden verkregen wordt de vlucht voortgezet onder zichtweersomstandigheden en wordt de betrokken luchtverkeersleidingsdienst ingelicht omtrent de actie, die wordt ondernomen ten einde het luchtverkeersleidingsgebied, waarin eveneens luchtverkeersleiding aan VFR-vluchten wordt gegeven, te verlaten dan wel een landing uit te voeren op het dichtstbijzijnde daarvoor geschikte luchtvaartterrein.
4. Wanneer een gecontroleerde VFR-vlucht als bedoeld in het eerste lid wordt uitgevoerd binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, kan toestemming worden verzocht om de vlucht te mogen voortzetten als bijzondere VFR-vlucht.
5. Indien de gezagvoerder van een gecontroleerde VFR-vlucht als bedoeld in het eerste lid daartoe bevoegd is, kan hij verzoeken om de vlucht te mogen voortzetten in overeenstemming met de instrumentvliegvoorschriften.
2. In de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, wordt, behoudens het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, een herziening van de klaring gevraagd, waardoor het alsnog mogelijk wordt om:
a. de vlucht in zichtweersomstandigheden voort te zetten naar het luchtvaartterrein van bestemming of een luchtvaartterrein waarnaar wordt uitgeweken, of
b. het betreffende luchtverkeersleidingsgebied, waarin eveneens luchtverkeersleiding aan VFR-vluchten wordt gegeven, te verlaten.
3. Indien een klaring als bedoeld in het tweede lid niet kan worden verkregen wordt de vlucht voortgezet onder zichtweersomstandigheden en wordt de betrokken luchtverkeersleidingsdienst ingelicht omtrent de actie, die wordt ondernomen ten einde het luchtverkeersleidingsgebied, waarin eveneens luchtverkeersleiding aan VFR-vluchten wordt gegeven, te verlaten dan wel een landing uit te voeren op het dichtstbijzijnde daarvoor geschikte luchtvaartterrein.
4. Wanneer een gecontroleerde VFR-vlucht als bedoeld in het eerste lid wordt uitgevoerd binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, kan toestemming worden verzocht om de vlucht te mogen voortzetten als bijzondere VFR-vlucht.
5. Indien de gezagvoerder van een gecontroleerde VFR-vlucht als bedoeld in het eerste lid daartoe bevoegd is, kan hij verzoeken om de vlucht te mogen voortzetten in overeenstemming met de instrumentvliegvoorschriften.
- Citeren als
- Art. 120
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028639
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl