BWBR0028589
Geldig vanaf 01-10-2010
Artikel 1
Beleidsregel inzake tuchtrechtspraak
1. De voorzitter van de Orde kan een klacht indienen bij de accountantskamer ingeval bij hem, jegens een registeraccountant, een ernstig vermoeden is gerezen van beroepsmatig handelen of nalaten als bedoeld in artikel 22, eerste en tweede lid, van de Wet tuchtrechtspraak accountants en daardoor openbare belangen in het geding zijn.
2. De voorzitter van de Orde overweegt een klacht in te dienen op grond van bij hem of bij derden gerezen bezwaren.
3. De voorbereiding van de klacht kent de volgende fasen:
a) Vooronderzoek;
b) Onderzoek;
c) Indienen klacht.
2. De voorzitter van de Orde overweegt een klacht in te dienen op grond van bij hem of bij derden gerezen bezwaren.
3. De voorbereiding van de klacht kent de volgende fasen:
a) Vooronderzoek;
b) Onderzoek;
c) Indienen klacht.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028589
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl