BWBR0028509
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 4
Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES
1. Personen die door het Kadaster of een daartoe op grond van een wettelijk voorschrift bevoegde functionaris zijn belast met het verrichten van metingen en andere werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur en andere hulpmiddelen, elke plaats te betreden, onverminderd de artikelen 155 tot en met 163 van het Wetboek van Strafvordering BES, en daar een waarneming, meting of graving te verrichten en daarop een teken te stellen, voor zover het redelijkerwijs nodig is voor het verrichten van een meting of een andere werkzaamheid als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
2. De eigenaar, de beperkt gerechtigde en de gebruiker van een registergoed zijn verplicht aan een persoon als bedoeld in het eerste lid binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden, genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat de toegang slechts wordt verleend tussen zeven uur ’s morgens en zes uur ’s avonds en dat die niet behoeft te worden verleend op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.
3. Indien de toegang wordt geweigerd, verschaffen de personen, bedoeld in het eerste lid, zich zonodig toegang met behulp van de sterke arm. Indien het verrichten van de handelingen, bedoeld in het eerste lid, niet wordt toegestaan of de medewerking, bedoeld in het tweede lid, niet wordt verleend, zijn de personen, bedoeld in het eerste lid, bevoegd het verrichten van voornoemde handelingen zo nodig met behulp van de sterke arm mogelijk te maken.
2. De eigenaar, de beperkt gerechtigde en de gebruiker van een registergoed zijn verplicht aan een persoon als bedoeld in het eerste lid binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden, genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat de toegang slechts wordt verleend tussen zeven uur ’s morgens en zes uur ’s avonds en dat die niet behoeft te worden verleend op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.
3. Indien de toegang wordt geweigerd, verschaffen de personen, bedoeld in het eerste lid, zich zonodig toegang met behulp van de sterke arm. Indien het verrichten van de handelingen, bedoeld in het eerste lid, niet wordt toegestaan of de medewerking, bedoeld in het tweede lid, niet wordt verleend, zijn de personen, bedoeld in het eerste lid, bevoegd het verrichten van voornoemde handelingen zo nodig met behulp van de sterke arm mogelijk te maken.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028509
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl