BWBR0028496
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 7 Rv
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES — artikel 7
1. De gewone termijn van oproeping is ten minste een week voor de geëxploiteerde die hier te lande woonachtig is of verblijf houdt.
2. In spoed vereisende zaken, bij zijn beschikking als zodanig vermeld, is de rechter in eerste aanleg of de president van het Hof van Justitie bevoegd om de tijd die tussen de oproeping van partijen en de rechtsdag verlopen moet, te verkorten.
3. Tegen de beschikking, bedoeld in het tweede lid, staat geen hogere voorziening open.
2. In spoed vereisende zaken, bij zijn beschikking als zodanig vermeld, is de rechter in eerste aanleg of de president van het Hof van Justitie bevoegd om de tijd die tussen de oproeping van partijen en de rechtsdag verlopen moet, te verkorten.
3. Tegen de beschikking, bedoeld in het tweede lid, staat geen hogere voorziening open.
- Citeren als
- Art. 7 Rv
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028496
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl