BWBR0028496
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 155 Rv
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES — artikel 155
1. Voor zover niet bij verdrag anders is bepaald, kan de rechter, indien een getuige in het buitenland woont, aan een door hem aan te wijzen autoriteit van het land waar de getuige zijn woonplaats heeft, verzoeken het verhoor, indien mogelijk onder ede, te houden, of dat verhoor opdragen aan de Nederlandse consulaire ambtenaar tot wiens ressort de woonplaats van die getuige behoort.
2. Bij een verzoek of opdracht als in het eerste lid bedoeld, zal de rechter voorts de buitenlandse autoriteit verzoeken, dan wel de Nederlandse consulaire ambtenaar opdragen om aan partijen tijdig bij aangetekende brief kennis te geven van dag, uur en plaats, waarop het verhoor zal worden gehouden, en tevens de dag vaststellen, waarop de zaak weer ter rolle zal worden afgeroepen.
3. Het proces-verbaal van dit getuigenverhoor heeft gelijke kracht als dat van een door de rechter hier te lande gehouden verhoor.
2. Bij een verzoek of opdracht als in het eerste lid bedoeld, zal de rechter voorts de buitenlandse autoriteit verzoeken, dan wel de Nederlandse consulaire ambtenaar opdragen om aan partijen tijdig bij aangetekende brief kennis te geven van dag, uur en plaats, waarop het verhoor zal worden gehouden, en tevens de dag vaststellen, waarop de zaak weer ter rolle zal worden afgeroepen.
3. Het proces-verbaal van dit getuigenverhoor heeft gelijke kracht als dat van een door de rechter hier te lande gehouden verhoor.
- Citeren als
- Art. 155 Rv
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028496
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl