BWBR0028486
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 3a
Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES
1. Voor een vergunning, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, wordt jaarlijks een vergoeding geheven overeenkomstig regelen bij algemene maatregel van bestuur, vast te stellen.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, kan Onze Minister een vergunning intrekken:
a. indien naar het oordeel van Onze Minister het algemeen belang zulks vordert;
b. indien is gebleken dat gedurende een periode bij algemene maatregel van bestuur, vast te stellen, geen daadwerkelijk gebruik is gemaakt van de bij de vergunning verleende bevoegdheid;
c. indien de krachtens het eerste lid verschuldigde vergoeding niet is betaald.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, kan Onze Minister een vergunning intrekken:
a. indien naar het oordeel van Onze Minister het algemeen belang zulks vordert;
b. indien is gebleken dat gedurende een periode bij algemene maatregel van bestuur, vast te stellen, geen daadwerkelijk gebruik is gemaakt van de bij de vergunning verleende bevoegdheid;
c. indien de krachtens het eerste lid verschuldigde vergoeding niet is betaald.
- Citeren als
- Art. 3a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028486
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl