BWBR0028473
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 10
Regeling identiteitskaarten BES
1. De minister stelt per kwartaal het bedrag vast van de kosten die door het openbaar lichaam aan het Rijk moeten worden afgedragen.
2. De vaststelling van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand van het aantal in het desbetreffende kwartaal geleverde blanco identiteitskaarten, verminderd met het aantal in het desbetreffende kwartaal teruggezonden blanco identiteitskaarten die niet op de juiste wijze zijn vervaardigd.
3. De minister zendt binnen vier weken na afloop van een kwartaal een factuur aan het openbaar lichaam, waarin het overeenkomstig het tweede lid vastgestelde bedrag van de aan het Rijk af te dragen kosten wordt vermeld.
4. De afdracht van de aan het Rijk verschuldigde kosten geschiedt uiterlijk binnen vier weken na de verzending van de factuur, bedoeld in het derde lid, door middel van automatische incasso van een door het openbaar lichaam daartoe geopende bankrekening.
2. De vaststelling van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand van het aantal in het desbetreffende kwartaal geleverde blanco identiteitskaarten, verminderd met het aantal in het desbetreffende kwartaal teruggezonden blanco identiteitskaarten die niet op de juiste wijze zijn vervaardigd.
3. De minister zendt binnen vier weken na afloop van een kwartaal een factuur aan het openbaar lichaam, waarin het overeenkomstig het tweede lid vastgestelde bedrag van de aan het Rijk af te dragen kosten wordt vermeld.
4. De afdracht van de aan het Rijk verschuldigde kosten geschiedt uiterlijk binnen vier weken na de verzending van de factuur, bedoeld in het derde lid, door middel van automatische incasso van een door het openbaar lichaam daartoe geopende bankrekening.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028473
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl