BWBR0028405
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 4
Besluit extra beslaglegging dienstplichtigen BES
1. Voor de dienstplichtige wordt een aanspraak op een vergoeding in tijd zoveel mogelijk verwerkt in het rooster in de meetperiode waarin de aanspraak is ontstaan dan wel in de daarop volgende maand. De tijd die aan het einde van die maand niet in het rooster is verwerkt, vervalt.
2. Indien de dienstplichtige wordt verplaatst dan wel met groot verlof of ontslag wordt gezonden, vervalt de aanspraak op een vergoeding in tijd met ingang van de datum van de verplaatsing dan wel de datum waarop het groot verlof of ontslag ingaat.
3. De dienstplichtige die aanspraak heeft op een vergoeding in tijd voor overwerk als gevolg van één van de in artikel 2, eerste lid, genoemde activiteiten heeft nimmer tegelijkertijd aanspraak op een vergoeding voor overwerk als gevolg van één der overige in dat lid genoemde activiteiten.
2. Indien de dienstplichtige wordt verplaatst dan wel met groot verlof of ontslag wordt gezonden, vervalt de aanspraak op een vergoeding in tijd met ingang van de datum van de verplaatsing dan wel de datum waarop het groot verlof of ontslag ingaat.
3. De dienstplichtige die aanspraak heeft op een vergoeding in tijd voor overwerk als gevolg van één van de in artikel 2, eerste lid, genoemde activiteiten heeft nimmer tegelijkertijd aanspraak op een vergoeding voor overwerk als gevolg van één der overige in dat lid genoemde activiteiten.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028405
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl