BWBR0028366
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 5
Wet toezicht effectenbeurzen BES
1. Onze Minister kan, gehoord de Autoriteit Financiële Markten, een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, tijdelijk, gedurende een door hem te bepalen periode, dan wel definitief intrekken, indien door de vergunninghouder:
a. voor het houden van de desbetreffende effectenbeurs onvoldoende waarborgen worden geboden met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten;
b. niet of niet genoegzaam de beperkingen of voorschriften, bedoeld in artikel 2, vierde lid, worden nageleefd;
c. het in artikel 3, eerste lid, vervatte verbod, wordt overtreden;
d. niet of niet genoegzaam de op grond van artikel 3, tweede lid, gestelde aanwijzingen worden nageleefd;
e. niet of niet genoegzaam het in artikel 4, eerste lid, vervatte voorschrift wordt nageleefd.
2. De liquidatie van de effectenbeurs waarvan de vergunning is ingetrokken, wordt onder toezicht en volgens de aanwijzingen van de Autoriteit Financiële Markten uitgevoerd.
a. voor het houden van de desbetreffende effectenbeurs onvoldoende waarborgen worden geboden met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten;
b. niet of niet genoegzaam de beperkingen of voorschriften, bedoeld in artikel 2, vierde lid, worden nageleefd;
c. het in artikel 3, eerste lid, vervatte verbod, wordt overtreden;
d. niet of niet genoegzaam de op grond van artikel 3, tweede lid, gestelde aanwijzingen worden nageleefd;
e. niet of niet genoegzaam het in artikel 4, eerste lid, vervatte voorschrift wordt nageleefd.
2. De liquidatie van de effectenbeurs waarvan de vergunning is ingetrokken, wordt onder toezicht en volgens de aanwijzingen van de Autoriteit Financiële Markten uitgevoerd.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028366
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl