BWBR0028356
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 3
Besluit beperking tabaksgebruik BES
1. Degenen die – anders dan in een hoedanigheid als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet beperking tabaksgebruik BES – het beheer hebben over inrichtingen voor gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening, sport, sociaal-cultureel werk of onderwijs, voor zover die inrichtingen behoren tot de in het tweede lid aangewezen categorieën, zijn verplicht maatregelen te treffen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet beperking tabaksgebruik BES.
2. De categorieën, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. op het terrein van de gezondheidszorg: inrichtingen waarin instellingen voor gezondheidszorg gevestigd zijn zoals ziekenhuizen, waaronder psychiatrische ziekenhuizen, de kraamkliniek, verpleeghuizen, kleuterdagverblijven, consultatiebureau’s en dokterskamers;
b. op het terrein van de maatschappelijke dienstverlening en het sociaal-cultureel werk: inrichtingen zoals bejaardentehuizen, buurtcentra, dagverblijven en gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten;
c. op het terrein van de sport: inrichtingen welke voor meer dan helft van de tijd van openstelling worden gebruikt voor de beoefening van sport, anders dan in de open lucht;
d. op het terrein van het onderwijs: onderwijsinrichtingen zoals basisscholen, scholen voor speciaal onderwijs, scholen voor voortgezet alsmede beroepsonderwijs en universiteiten.
3. Met betrekking tot de verplichting, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2 van overeenkomstige toepassing.
2. De categorieën, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. op het terrein van de gezondheidszorg: inrichtingen waarin instellingen voor gezondheidszorg gevestigd zijn zoals ziekenhuizen, waaronder psychiatrische ziekenhuizen, de kraamkliniek, verpleeghuizen, kleuterdagverblijven, consultatiebureau’s en dokterskamers;
b. op het terrein van de maatschappelijke dienstverlening en het sociaal-cultureel werk: inrichtingen zoals bejaardentehuizen, buurtcentra, dagverblijven en gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten;
c. op het terrein van de sport: inrichtingen welke voor meer dan helft van de tijd van openstelling worden gebruikt voor de beoefening van sport, anders dan in de open lucht;
d. op het terrein van het onderwijs: onderwijsinrichtingen zoals basisscholen, scholen voor speciaal onderwijs, scholen voor voortgezet alsmede beroepsonderwijs en universiteiten.
3. Met betrekking tot de verplichting, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2 van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028356
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl