BWBR0028308
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 3
Besluit bekwaamheid en betrouwbaarheid opsporingsambtenaren bijzondere opsporingsdiensten 2010
1. Een persoon beschikt over de bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden indien hij beschikt over de voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden benodigde
a. kennis van grondrechten;
b. kennis van strafvorderlijke bevoegdheden;
c. kennis van algemene strafrechtelijke begrippen;
d. kennis van algemene staatsrechtelijke en privaatrechtelijke begrippen;
e. kennis van de wettelijke eisen die worden gesteld aan een proces-verbaal;
f. kennis van de taken en organisatie van de rechterlijke macht, de politie, de Koninklijke marechaussee en de bijzondere opsporingsdiensten; en
g. vaardigheden, waaronder in elk geval wordt begrepen het opmaken van een proces-verbaal en het afnemen van een verhoor.
2. De bekwaamheid blijkt uit het met goed gevolg afgelegd hebben van een door de examencommissie, bedoeld in artikel 4, samengesteld en door Onze Minister goedgekeurd examen.
a. kennis van grondrechten;
b. kennis van strafvorderlijke bevoegdheden;
c. kennis van algemene strafrechtelijke begrippen;
d. kennis van algemene staatsrechtelijke en privaatrechtelijke begrippen;
e. kennis van de wettelijke eisen die worden gesteld aan een proces-verbaal;
f. kennis van de taken en organisatie van de rechterlijke macht, de politie, de Koninklijke marechaussee en de bijzondere opsporingsdiensten; en
g. vaardigheden, waaronder in elk geval wordt begrepen het opmaken van een proces-verbaal en het afnemen van een verhoor.
2. De bekwaamheid blijkt uit het met goed gevolg afgelegd hebben van een door de examencommissie, bedoeld in artikel 4, samengesteld en door Onze Minister goedgekeurd examen.