BWBR0028302
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 6
Regeling verlaging onderstand BES
1. De minister ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
b. de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door de minister heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte onderstand is verleend.
2. De minister kan afzien van het opleggen van een maatregel indien hij daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
3. Indien de minister afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
b. de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door de minister heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte onderstand is verleend.
2. De minister kan afzien van het opleggen van een maatregel indien hij daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
3. Indien de minister afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028302
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl