BWBR0028277
Geldig vanaf 2010-09-18
Artikel 5
Regeling nadere regels goede afwikkeling Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 (uitvoering wachtgeldregeling personeel Stichting Uitvoering Omslagregelingen)
1. De Stichting Uitvoering Omslagregelingen zendt jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag van de uitvoering van de wachtgeldregeling in het afgelopen kalenderjaar aan de Minister.
2. Het jaarverslag bestaat uit een beleidsverslag en een jaarrekening.
3. De jaarrekening bestaat uit de balans en de exploitatierekening, alsmede uit de toelichting op beide.
4. Boek 2, Titel 9, van het Burgerlijk Wetboekis op de jaarrekening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de winst en verliesrekening wordt vervangen door de exploitatierekening.
5. De inrichting van de exploitatierekening sluit aan op de inrichting van de begroting.
6. In de jaarrekening, bedoeld in het tweede lid, worden de uitgaven gespecificeerd en verantwoord, zodanig dat inzichtelijk is of en in welke omvang uitgaven zijn gedaan voor of ten laste van:
a. uitkeringen ingevolge de wachtgeldregeling;
b. de reservering inzake wachtgeld en vervroegde uittreding;
c. onvoorziene kosten
d. uitbestede werkzaamheden;
e. archivering;
f. bestuur, advies en verantwoording, accountantskosten daarin begrepen;
g. actuariële herberekeningen;
h. automatisering;
i. opleiding en outplacement en algemene kosten.
7. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en van een rapport van bevindingen, bedoeld in het achtste lid.
8. Ten aanzien van het gevoerde financiële beheer beoordeelt de accountant of de in de jaarrekening opgenomen posten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de wachtgeldregeling. De accountant legt zijn bevindingen en oordeel vast in een rapport van bevindingen.
9. Het jaarverslag behoeft de goedkeuring van de Minister.
2. Het jaarverslag bestaat uit een beleidsverslag en een jaarrekening.
3. De jaarrekening bestaat uit de balans en de exploitatierekening, alsmede uit de toelichting op beide.
4. Boek 2, Titel 9, van het Burgerlijk Wetboekis op de jaarrekening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de winst en verliesrekening wordt vervangen door de exploitatierekening.
5. De inrichting van de exploitatierekening sluit aan op de inrichting van de begroting.
6. In de jaarrekening, bedoeld in het tweede lid, worden de uitgaven gespecificeerd en verantwoord, zodanig dat inzichtelijk is of en in welke omvang uitgaven zijn gedaan voor of ten laste van:
a. uitkeringen ingevolge de wachtgeldregeling;
b. de reservering inzake wachtgeld en vervroegde uittreding;
c. onvoorziene kosten
d. uitbestede werkzaamheden;
e. archivering;
f. bestuur, advies en verantwoording, accountantskosten daarin begrepen;
g. actuariële herberekeningen;
h. automatisering;
i. opleiding en outplacement en algemene kosten.
7. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en van een rapport van bevindingen, bedoeld in het achtste lid.
8. Ten aanzien van het gevoerde financiële beheer beoordeelt de accountant of de in de jaarrekening opgenomen posten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de wachtgeldregeling. De accountant legt zijn bevindingen en oordeel vast in een rapport van bevindingen.
9. Het jaarverslag behoeft de goedkeuring van de Minister.