BWBR0028265
Geldig vanaf 2011-01-01
Artikel 11
Besluit externe veiligheid buisleidingen
1. Bij de vaststelling van een bestemmingplan, op grond waarvan de aanleg van een buisleiding of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar object bij een buisleiding wordt toegelaten, wordt een grenswaarde in acht genomen van 10 -6per jaar met betrekking tot het plaatsgebonden risico voor kwetsbare objecten.
2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan op grond waarvan de aanleg van een buisleiding of de aanleg, bouw of vestiging van een beperkt kwetsbaar object bij een buisleiding wordt toegelaten, wordt rekening gehouden met een richtwaarde van 10 -6per jaar met betrekking tot het plaatsgebonden risico voor beperkt kwetsbare objecten.
3. Met betrekking tot de vaststelling van een bestemmingsplan op grond waarvan de aanleg, bouw of vestiging van een risicoverhogend object wordt toegelaten in de directe omgeving van de buisleiding zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.
4. Bij de toepassing van <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 en 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>tot afwijking van het bestemmingsplan of de beheersverordening en van <a href="/wet/BWBR0005181/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11 van de Woningwet</a>tot afwijking van de bouwverordening vinden het eerste en tweede lid overeenkomstige toepassing.
2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan op grond waarvan de aanleg van een buisleiding of de aanleg, bouw of vestiging van een beperkt kwetsbaar object bij een buisleiding wordt toegelaten, wordt rekening gehouden met een richtwaarde van 10 -6per jaar met betrekking tot het plaatsgebonden risico voor beperkt kwetsbare objecten.
3. Met betrekking tot de vaststelling van een bestemmingsplan op grond waarvan de aanleg, bouw of vestiging van een risicoverhogend object wordt toegelaten in de directe omgeving van de buisleiding zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.
4. Bij de toepassing van <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 en 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>tot afwijking van het bestemmingsplan of de beheersverordening en van <a href="/wet/BWBR0005181/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11 van de Woningwet</a>tot afwijking van de bouwverordening vinden het eerste en tweede lid overeenkomstige toepassing.