BWBR0028263
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 3
Wet post BES
1. De houder van de concessie is gehouden bij de uitvoering van de ingevolge deze wet op hem rustende verplichtingen terzake van het internationale vervoer van postzendingen de voor de Nederland bindende verplichtingen na te komen, die voortvloeien uit de akten van de Wereldpostunie dan wel uit andere verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties.
2. De houder van de concessie is gerechtigd voor de toepassing van de akten van de Wereldpostunie op te treden als postadministratie van Nederland voor zover het betrekking heeft op de openbare lichamen.
3. De Minister geeft in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken aan de houder van de concessie voorschriften welke strekken tot:
a. het waarborgen van een goede toepassing van het eerste lid;
b. het verlenen van de nodige medewerking aan Onze Minister en Onze Minister van Buitenlandse Zaken bij de voorbereiding van verdragen en besluiten als bedoeld in het eerste lid en het in verband daarmee te voeren internationale overleg.
2. De houder van de concessie is gerechtigd voor de toepassing van de akten van de Wereldpostunie op te treden als postadministratie van Nederland voor zover het betrekking heeft op de openbare lichamen.
3. De Minister geeft in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken aan de houder van de concessie voorschriften welke strekken tot:
a. het waarborgen van een goede toepassing van het eerste lid;
b. het verlenen van de nodige medewerking aan Onze Minister en Onze Minister van Buitenlandse Zaken bij de voorbereiding van verdragen en besluiten als bedoeld in het eerste lid en het in verband daarmee te voeren internationale overleg.
- Wet
- Wet post BES
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028263
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl