BWBR0028258
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 26
Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES
1. Het gerecht stelt binnen zeven dagen na ontvangst van het klaagschrift de dag vast, waartegen de betrokkene en de gezaghebber worden opgeroepen om te worden gehoord.
2. De griffier doet de gezaghebber bij de oproeping een exemplaar van het klaagschrift toekomen.
3. De gezaghebber doet onverwijld na ontvangst van de oproeping de bescheiden, op grond waarvan zijn beslissing is genomen, aan het gerecht overleggen.
4. Het gerecht stelt het openbaar ministerie, de klager en zijn raadsman in de gelegenheid van de door de gezaghebber overgelegde bescheiden kennis te nemen.
2. De griffier doet de gezaghebber bij de oproeping een exemplaar van het klaagschrift toekomen.
3. De gezaghebber doet onverwijld na ontvangst van de oproeping de bescheiden, op grond waarvan zijn beslissing is genomen, aan het gerecht overleggen.
4. Het gerecht stelt het openbaar ministerie, de klager en zijn raadsman in de gelegenheid van de door de gezaghebber overgelegde bescheiden kennis te nemen.
- Citeren als
- Art. 26
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028258
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl