BWBR0028231
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 4
Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES
Bij een aanvraag om een tewerkstellingsvergunning worden de volgende bewijsstukken overgelegd:
a. de overeenkomst tot het verrichten van arbeid die met de betrokken vreemdeling zal worden aangegaan;
b. een afschrift van de ter zake van de identiteit van de vreemdeling van belang zijnde pagina’s van een geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling;
c. twee goed gelijkende pasfoto’s van de vreemdeling;
d. een kopie van de directie- en vestigingsvergunning van de werkgever alsmede een kopie van de inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid van het openbaar lichaam;
e. kopieën van diploma's, gewaarmerkt door de bevoegde instanties in het land waar de diploma’s zijn gehaald, indien deze zijn vereist conform de opgave, bedoeld in artikel 3, onderdeel e, en referenties omtrent de door de vreemdeling opgedane relevante werkervaring;
f. een kopie van het voorblad van het arbeidsregister, bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet tot inschrijving van arbeidskrachten 1945 BES;
g. verklaring van het openbaar lichaam waaruit blijkt dat de beschikbaarheid van de te vervullen arbeidsplaats ten minste vijf weken voor het indienen van de aanvraag is gemeld aan het bestuurscollege van het openbaar lichaam waar de arbeid uitsluitend of in hoofdzaak wordt of zal worden verricht;
h. een door het bevoegd gezag van de woonplaats van betrokken vreemdeling binnen 2 maanden vóór aankomst in het openbaar lichaam afgegeven verklaring van goed gedrag gedurende de laatste vijf jaren, of een schriftelijke verklaring waaruit, ter beoordeling van Onze Minister, genoegzaam van het gedrag van betrokkene blijkt;
i. een situatietekening van het vertrek en bijbehoren waar de vreemdeling zal verblijven;
j. een verklaring van de Belastingdienst waaruit blijkt dat de werkgever belasting afdraagt.
a. de overeenkomst tot het verrichten van arbeid die met de betrokken vreemdeling zal worden aangegaan;
b. een afschrift van de ter zake van de identiteit van de vreemdeling van belang zijnde pagina’s van een geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling;
c. twee goed gelijkende pasfoto’s van de vreemdeling;
d. een kopie van de directie- en vestigingsvergunning van de werkgever alsmede een kopie van de inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid van het openbaar lichaam;
e. kopieën van diploma's, gewaarmerkt door de bevoegde instanties in het land waar de diploma’s zijn gehaald, indien deze zijn vereist conform de opgave, bedoeld in artikel 3, onderdeel e, en referenties omtrent de door de vreemdeling opgedane relevante werkervaring;
f. een kopie van het voorblad van het arbeidsregister, bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet tot inschrijving van arbeidskrachten 1945 BES;
g. verklaring van het openbaar lichaam waaruit blijkt dat de beschikbaarheid van de te vervullen arbeidsplaats ten minste vijf weken voor het indienen van de aanvraag is gemeld aan het bestuurscollege van het openbaar lichaam waar de arbeid uitsluitend of in hoofdzaak wordt of zal worden verricht;
h. een door het bevoegd gezag van de woonplaats van betrokken vreemdeling binnen 2 maanden vóór aankomst in het openbaar lichaam afgegeven verklaring van goed gedrag gedurende de laatste vijf jaren, of een schriftelijke verklaring waaruit, ter beoordeling van Onze Minister, genoegzaam van het gedrag van betrokkene blijkt;
i. een situatietekening van het vertrek en bijbehoren waar de vreemdeling zal verblijven;
j. een verklaring van de Belastingdienst waaruit blijkt dat de werkgever belasting afdraagt.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028231
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl