BWBR0028227
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 16
Wet luchtvervoer BES
1. Indien het goed dat ingevolge het eerste lid van het vorig artikel anders dan wegens beslag is opgeslagen, aan spoedig bederf onderhevig is en de afzender niet binnen twaalf uren na verzending van de in het tweede lid van het voorgaande artikel bedoelde kennisgeving over het goed beschikt, is de vervoerder verplicht het goed geheel of gedeeltelijk op de meest geëigende wijze te verkopen en daarvan de afzender terstond te verwittigen.
2. Indien daartoe gegronde redenen bestaan, kan bovendien in geval van opslag van het goed iedere belanghebbende worden gemachtigd het geheel of gedeeltelijk op de door de rechter te bepalen wijze te verkopen.
3. De machtiging wordt verleend door de rechter in het Gerecht in Eerste Aanleg, ter zittingsplaats waar het goed is opgeslagen.
4. De opbrengst van het ingevolge de beide voorgaande leden verkochte wordt steeds, voor zover zij niet strekt tot voldoening van de kosten van opslag en van de vorderingen van de vervoerder, onder gerechtelijke bewaring gesteld.
2. Indien daartoe gegronde redenen bestaan, kan bovendien in geval van opslag van het goed iedere belanghebbende worden gemachtigd het geheel of gedeeltelijk op de door de rechter te bepalen wijze te verkopen.
3. De machtiging wordt verleend door de rechter in het Gerecht in Eerste Aanleg, ter zittingsplaats waar het goed is opgeslagen.
4. De opbrengst van het ingevolge de beide voorgaande leden verkochte wordt steeds, voor zover zij niet strekt tot voldoening van de kosten van opslag en van de vorderingen van de vervoerder, onder gerechtelijke bewaring gesteld.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028227
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl