BWBR0028208
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 30
Wet basisadministraties persoonsgegevens BES
1. Onze Minister kan een onderzoek verrichten om vast te stellen of:
a. een bestuurscollege voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 3, tweede lid;
b. een overheidsorgaan of een derde aan wie systematisch gegevens worden verstrekt voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 3a, derde lid.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald op welke wijze het bestuurscollege dan wel het overheidsorgaan of de derde medewerking verleent aan een onderzoek als bedoeld in het eerste lid.
3. De Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES, bedoeld in artikel 44 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES, ziet in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer toe op de uitvoering van deze wet.
4. De artikelen 50 en 51 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES zijn van overeenkomstige toepassing.
a. een bestuurscollege voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 3, tweede lid;
b. een overheidsorgaan of een derde aan wie systematisch gegevens worden verstrekt voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 3a, derde lid.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald op welke wijze het bestuurscollege dan wel het overheidsorgaan of de derde medewerking verleent aan een onderzoek als bedoeld in het eerste lid.
3. De Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES, bedoeld in artikel 44 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES, ziet in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer toe op de uitvoering van deze wet.
4. De artikelen 50 en 51 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES zijn van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 30
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028208
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl