BWBR0028168
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 3
Visserijwet BES
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van:
a. vistuigen waarmee het is toegestaan te vissen;
b. de te vangen vis.
2. Het is aan vergunninghouders verboden aan boord te hebben:
a. andere vistuigen, dan die waarmee het krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur is toegestaan te vissen;
b. andere vissoorten dan die waarop het krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur is toegestaan te vissen;
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, worden regels gesteld ten aanzien van de gegevens die door vergunninghouders dienen te worden bijgehouden en de wijze waarop dit dient te geschieden.
a. vistuigen waarmee het is toegestaan te vissen;
b. de te vangen vis.
2. Het is aan vergunninghouders verboden aan boord te hebben:
a. andere vistuigen, dan die waarmee het krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur is toegestaan te vissen;
b. andere vissoorten dan die waarop het krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur is toegestaan te vissen;
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, worden regels gesteld ten aanzien van de gegevens die door vergunninghouders dienen te worden bijgehouden en de wijze waarop dit dient te geschieden.
- Wet
- Visserijwet BES
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028168
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl