BWBR0028158
Geldig vanaf 2010-10-01
Artikel 1
Regeling subsidieplafond scholingsinstellingen 2011 tot en met juli 2016
1. Het totale subsidieplafond, bedoeld in artikel 3 van de Subsidieregeling scholing jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen, bedraagt voor de periode 1 januari 2011 tot en met 31 juli 2016 € 39,9 miljoen.
2. Het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, wordt als volgt verdeeld over de cohorten, bedoeld in artikel 1 van de Subsidieregeling scholing jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen:
a. cohort van 1 januari 2011 tot en met 31 juli 2014: € 13,3 miljoen;
b. cohort van 1 januari 2012 tot en met 31 juli 2015: € 13,3 miljoen;
c. cohort van 1 januari 2013 tot en met 31 juli 2016: € 13,3 miljoen.
3. Het subsidieplafond, bedoeld in het tweede lid, wordt per cohort als volgt verdeeld over de klassen, bedoeld in artikel 4 van de Subsidieregeling scholing jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen:
a. klasse 1: € 0;
b. klasse 2: € 5,3 miljoen;
c. klasse 3: € 8,0 miljoen.
4. In afwijking van het derde lid, kunnen, ter afronding, de daar genoemde bedragen per klasse met maximaal € 100.000,– worden verhoogd, met dien verstande dat het bedrag per cohort, genoemd in het tweede lid, niet wordt overschreden.
2. Het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, wordt als volgt verdeeld over de cohorten, bedoeld in artikel 1 van de Subsidieregeling scholing jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen:
a. cohort van 1 januari 2011 tot en met 31 juli 2014: € 13,3 miljoen;
b. cohort van 1 januari 2012 tot en met 31 juli 2015: € 13,3 miljoen;
c. cohort van 1 januari 2013 tot en met 31 juli 2016: € 13,3 miljoen.
3. Het subsidieplafond, bedoeld in het tweede lid, wordt per cohort als volgt verdeeld over de klassen, bedoeld in artikel 4 van de Subsidieregeling scholing jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen:
a. klasse 1: € 0;
b. klasse 2: € 5,3 miljoen;
c. klasse 3: € 8,0 miljoen.
4. In afwijking van het derde lid, kunnen, ter afronding, de daar genoemde bedragen per klasse met maximaal € 100.000,– worden verhoogd, met dien verstande dat het bedrag per cohort, genoemd in het tweede lid, niet wordt overschreden.