BWBR0028072
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 21
Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
1. Een lid van het openbaar ministerie wordt ontslagen:
a. op eigen verzoek;
b. met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van vijfenzestig jaar heeft bereikt;
c. indien hij een ambt of betrekking aanvaardt bedoeld in artikel 18, vijfde lid;
d. bij het verlies van het Nederlanderschap;
e. bij gebleken ongeschiktheid voor de functie, anders dan wegens ziekte of gebreken.
2. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid onder a en b, wordt het ontslag eervol verleend.
3. In het geval bedoeld in het eerste lid, onder c, kan het ontslag eervol worden verleend.
a. op eigen verzoek;
b. met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van vijfenzestig jaar heeft bereikt;
c. indien hij een ambt of betrekking aanvaardt bedoeld in artikel 18, vijfde lid;
d. bij het verlies van het Nederlanderschap;
e. bij gebleken ongeschiktheid voor de functie, anders dan wegens ziekte of gebreken.
2. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid onder a en b, wordt het ontslag eervol verleend.
3. In het geval bedoeld in het eerste lid, onder c, kan het ontslag eervol worden verleend.
- Wet
- Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Citeren als
- Art. 21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028072
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl