BWBR0027968
Geldig vanaf 2015-11-07
Artikel 6
Regeling valschermspringen 2010
1. Als gebieden met beperkingen worden aangewezen de klimgebieden van de vaste valschermspringgebieden die zijn opgenomen in bijlage 1behorende bij deze regeling. Deze gebieden gelden als gebieden met beperkingen, gedurende de in bijlage 1 gespecificeerde tijdstippen en voor zover die gebieden in gebruik zijn als klimgebied door een luchtvaartuig ten behoeve van valschermspringen.
2. Onverminderd het eerste lid, wordt als gebied met beperkingen aangewezen het klimgebied in het valschermspringgebied cluster Utrecht, opgenomen in bijlage 2bij deze regeling.
3. IFR-vluchten zijn binnen de gebieden, bedoeld in het eerste lid, toegestaan.
4. VFR-vluchten zijn onder de volgende voorwaarden toegestaan binnen de gebieden, bedoeld in het eerste lid:
a. de betrokken luchtverkeersleidingsdienst is van oordeel dat het aanbod van het luchtverkeer binnen dat deel van het betrokken gebied dat binnen gecontroleerd luchtruim valt, het toelaat;
b. voor contact met de grond is een tweede radioset aanwezig;
c. de vlucht wordt uitgevoerd als een gecontroleerde VFR-vlucht;
d. de gezagvoerder van het betrokken luchtvaartuig onderhoudt voortdurend tweezijdig radiocontact met de betrokken luchtverkeersdienst, tenzij anders aangegeven door deze dienst;
e. de SSR-transponder wordt ingesteld op de code, verkregen van de betrokken luchtverkeersleidingsdienst, en
f. indien de radioverbinding tussen het luchtvaartuig en de luchtverkeersdienst is verbroken: 1°. worden geen valschermsprongen uitgevoerd;
2°. wordt de transpondercode 7600 ingesteld, en
3°. wordt gedurende 3 minuten de op dat moment gevlogen hoogte gehandhaafd, waarna wordt teruggekeerd naar het luchtvaartterrein van vertrek.
1°. worden geen valschermsprongen uitgevoerd;
2°. wordt de transpondercode 7600 ingesteld, en
3°. wordt gedurende 3 minuten de op dat moment gevlogen hoogte gehandhaafd, waarna wordt teruggekeerd naar het luchtvaartterrein van vertrek.
2. Onverminderd het eerste lid, wordt als gebied met beperkingen aangewezen het klimgebied in het valschermspringgebied cluster Utrecht, opgenomen in bijlage 2bij deze regeling.
3. IFR-vluchten zijn binnen de gebieden, bedoeld in het eerste lid, toegestaan.
4. VFR-vluchten zijn onder de volgende voorwaarden toegestaan binnen de gebieden, bedoeld in het eerste lid:
a. de betrokken luchtverkeersleidingsdienst is van oordeel dat het aanbod van het luchtverkeer binnen dat deel van het betrokken gebied dat binnen gecontroleerd luchtruim valt, het toelaat;
b. voor contact met de grond is een tweede radioset aanwezig;
c. de vlucht wordt uitgevoerd als een gecontroleerde VFR-vlucht;
d. de gezagvoerder van het betrokken luchtvaartuig onderhoudt voortdurend tweezijdig radiocontact met de betrokken luchtverkeersdienst, tenzij anders aangegeven door deze dienst;
e. de SSR-transponder wordt ingesteld op de code, verkregen van de betrokken luchtverkeersleidingsdienst, en
f. indien de radioverbinding tussen het luchtvaartuig en de luchtverkeersdienst is verbroken: 1°. worden geen valschermsprongen uitgevoerd;
2°. wordt de transpondercode 7600 ingesteld, en
3°. wordt gedurende 3 minuten de op dat moment gevlogen hoogte gehandhaafd, waarna wordt teruggekeerd naar het luchtvaartterrein van vertrek.
1°. worden geen valschermsprongen uitgevoerd;
2°. wordt de transpondercode 7600 ingesteld, en
3°. wordt gedurende 3 minuten de op dat moment gevlogen hoogte gehandhaafd, waarna wordt teruggekeerd naar het luchtvaartterrein van vertrek.