BWBR0027872
Geldig vanaf 2010-07-09
Artikel 2
Mandaatbesluit openbaar ministerie (arrondissementsparketten) 2009
1. De hierna genoemde hoofdofficieren van justitie fungeren als voorzitter van het regionaal managementteam en aan hen wordt het beheermandaat, het budgetmandaat en het mandaat organisatie en formatie verleend als bedoeld in artikel 3:
a. De hoofdofficier van justitie te Amsterdam indien en voor zover het gaat om het arrondissementsparket te Amsterdam;
b. De hoofdofficier van justitie te Arnhem indien en voor zover het gaat om de gezamenlijke arrondissementsparketten te Arnhem en Zutphen;
c. De hoofdofficier van justitie te Breda indien en voor zover het gaat om de gezamenlijke arrondissementsparketten te Breda en Middelburg;
d. De hoofdofficier van justitie te Den Bosch indien en voor zover het gaat om het arrondissementsparket te Den Bosch;
e. De hoofdofficier van justitie te Den Haag indien en voor zover het gaat om het arrondissementsparket te Den Haag;
f. De hoofdofficier van justitie te Groningen indien en voor zover het gaat om de gezamenlijke arrondissementsparketten te Assen, Groningen en Leeuwarden;
g. De hoofdofficier van justitie te Haarlem indien en voor zover het gaat om de gezamenlijke arrondissementsparketten te Alkmaar en Haarlem;
h. De hoofdofficier van justitie te Maastricht indien en voor zover het gaat om de gezamenlijke arrondissementsparketten te Maastricht en Roermond;
i. De hoofdofficier van justitie te Rotterdam indien en voor zover het gaat om de gezamenlijke arrondissementsparketten te Dordrecht en Rotterdam;
j. De hoofdofficier van justitie te Utrecht indien en voor zover het gaat om het arrondissementsparket te Utrecht en Zwolle-Lelystad, vestiging Lelystad;
k. De hoofdofficier van justitie te Zwolle indien en voor zover het gaat om de gezamenlijke arrondissementsparketten te Almelo en Zwolle-Lelystad, exclusief de vestiging Lelystad.
2. De in het eerste lid, onder a, d, e en j, genoemde hoofdofficieren van justitie wijzen een fungerend hoofdofficier van justitie, die lid is van het managementteam, aan als plaatsvervangend voorzitter van het managementteam. De in het eerste lid onder b, c, f, g, h, i en k genoemde hoofdofficieren van justitie wijzen een hoofdofficier van justitie, die lid is van het regionaal managementteam, aan als plaatsvervangend voorzitter van het regionaal managementteam. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van de in het eerste lid genoemde hoofdofficieren van justitie worden deze vervangen door hun plaatsvervanger.
a. De hoofdofficier van justitie te Amsterdam indien en voor zover het gaat om het arrondissementsparket te Amsterdam;
b. De hoofdofficier van justitie te Arnhem indien en voor zover het gaat om de gezamenlijke arrondissementsparketten te Arnhem en Zutphen;
c. De hoofdofficier van justitie te Breda indien en voor zover het gaat om de gezamenlijke arrondissementsparketten te Breda en Middelburg;
d. De hoofdofficier van justitie te Den Bosch indien en voor zover het gaat om het arrondissementsparket te Den Bosch;
e. De hoofdofficier van justitie te Den Haag indien en voor zover het gaat om het arrondissementsparket te Den Haag;
f. De hoofdofficier van justitie te Groningen indien en voor zover het gaat om de gezamenlijke arrondissementsparketten te Assen, Groningen en Leeuwarden;
g. De hoofdofficier van justitie te Haarlem indien en voor zover het gaat om de gezamenlijke arrondissementsparketten te Alkmaar en Haarlem;
h. De hoofdofficier van justitie te Maastricht indien en voor zover het gaat om de gezamenlijke arrondissementsparketten te Maastricht en Roermond;
i. De hoofdofficier van justitie te Rotterdam indien en voor zover het gaat om de gezamenlijke arrondissementsparketten te Dordrecht en Rotterdam;
j. De hoofdofficier van justitie te Utrecht indien en voor zover het gaat om het arrondissementsparket te Utrecht en Zwolle-Lelystad, vestiging Lelystad;
k. De hoofdofficier van justitie te Zwolle indien en voor zover het gaat om de gezamenlijke arrondissementsparketten te Almelo en Zwolle-Lelystad, exclusief de vestiging Lelystad.
2. De in het eerste lid, onder a, d, e en j, genoemde hoofdofficieren van justitie wijzen een fungerend hoofdofficier van justitie, die lid is van het managementteam, aan als plaatsvervangend voorzitter van het managementteam. De in het eerste lid onder b, c, f, g, h, i en k genoemde hoofdofficieren van justitie wijzen een hoofdofficier van justitie, die lid is van het regionaal managementteam, aan als plaatsvervangend voorzitter van het regionaal managementteam. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van de in het eerste lid genoemde hoofdofficieren van justitie worden deze vervangen door hun plaatsvervanger.