BWBR0027842
Geldig vanaf 2010-07-02
Artikel 3
Regeling medische uitrusting aan boord van Nederlandse vissersvaartuigen
1. Aan boord van een vaartuig zijn de in de tabellen 1 en 2 van de bijlagevoorgeschreven geneesmiddelen, antidota, verpleeg- en verbandmiddelen, handboeken en overige benodigdheden aanwezig. De eigenaar van een schip draagt voor eigen rekening zorg voor de levering en de vernieuwing van de medische uitrusting.
2. De in de kolommen A tot en met E genoemde hoeveelheden gelden voor vaartuigen met een gemonsterde bemanning tot en met 15 personen. Bij een bemanningssterkte van meer dan 15 personen, worden deze hoeveelheden voor elke volgende groep van ten hoogste 15 personen steeds met honderd procent vermeerderd, met dien verstande dat daarbij de in de tabellen vermelde maximumhoeveelheden niet behoeven te worden overschreden en voor de receptplichtige middelen ook niet mogen worden overschreden.
3. In afwijking van het tweede lid behoeven bij een bemanningssterkte van 15 tot en met 24 personen de in de tabellen 1 en 2 genoemde hoeveelheden slechts met vijftig procent te worden vermeerderd. Indien de in de tabellen genoemde hoeveelheid van een middel één bedraagt, behoeft deze hoeveelheid bij een bemanningssterkte van 15 tot en met 24 personen niet te worden vermeerderd.
2. De in de kolommen A tot en met E genoemde hoeveelheden gelden voor vaartuigen met een gemonsterde bemanning tot en met 15 personen. Bij een bemanningssterkte van meer dan 15 personen, worden deze hoeveelheden voor elke volgende groep van ten hoogste 15 personen steeds met honderd procent vermeerderd, met dien verstande dat daarbij de in de tabellen vermelde maximumhoeveelheden niet behoeven te worden overschreden en voor de receptplichtige middelen ook niet mogen worden overschreden.
3. In afwijking van het tweede lid behoeven bij een bemanningssterkte van 15 tot en met 24 personen de in de tabellen 1 en 2 genoemde hoeveelheden slechts met vijftig procent te worden vermeerderd. Indien de in de tabellen genoemde hoeveelheid van een middel één bedraagt, behoeft deze hoeveelheid bij een bemanningssterkte van 15 tot en met 24 personen niet te worden vermeerderd.