BWBR0027812
Geldig vanaf 2010-06-25
Artikel 34
Organisatiebesluit VWS 2010
1. De Inspectie voor de Gezondheidszorg staat onder leiding van een Inspecteur-Generaal (IG).
2. De plaatsvervangend Inspecteur-Generaal is belast met de interne organisatie en het beheer van de Inspectie en vervangt de IG bij diens afwezigheid.
3. Onder de IG ressorteren:
a. de Hoofdinspecteurs die belast zijn met bepaalde gebieden van de zorg: 1°. de Hoofdinspecteur Verpleging en Chronische Zorg;
2°. de Hoofdinspecteur Curatieve gezondheidszorg;
3°. de Hoofdinspecteur Volksgezondheid;
4°. de Hoofdinspecteur Geneesmiddelen en Medische Technologie;
5°. de project Hoofdinspecteur Patiëntveiligheid, internationaal en zorg-ICT;
1°. de Hoofdinspecteur Verpleging en Chronische Zorg;
2°. de Hoofdinspecteur Curatieve gezondheidszorg;
3°. de Hoofdinspecteur Volksgezondheid;
4°. de Hoofdinspecteur Geneesmiddelen en Medische Technologie;
5°. de project Hoofdinspecteur Patiëntveiligheid, internationaal en zorg-ICT;
b. de stafbureaus: 1°. het bureau Bestuursondersteuning;
2°. het bureau Juridische Zaken en Handhaving;
3°. het bureau Voorlichting en Communicatie;
4°. het bureau Opsporing.
1°. het bureau Bestuursondersteuning;
2°. het bureau Juridische Zaken en Handhaving;
3°. het bureau Voorlichting en Communicatie;
4°. het bureau Opsporing.
4. Onder de plaatsvervangend IG ressorteren:
a. de directie Bedrijfsvoering;
b. het Kenniscentrum;
c. het IGZ-loket;
d. de regiokantoren: 1°. Noordoost (Zwolle);
2°. Noordwest (Amsterdam);
3°. Zuidwest (Den Haag);
4°. Zuidoost (’s Hertogenbosch);
5°. Geneesmiddelen en Medische Technologie (Den Haag).
1°. Noordoost (Zwolle);
2°. Noordwest (Amsterdam);
3°. Zuidwest (Den Haag);
4°. Zuidoost (’s Hertogenbosch);
5°. Geneesmiddelen en Medische Technologie (Den Haag).
5. De regiokantoren staan onder leiding van een hoofd Vestiging en zijn belast met de interne organisatie en het beheer.
2. De plaatsvervangend Inspecteur-Generaal is belast met de interne organisatie en het beheer van de Inspectie en vervangt de IG bij diens afwezigheid.
3. Onder de IG ressorteren:
a. de Hoofdinspecteurs die belast zijn met bepaalde gebieden van de zorg: 1°. de Hoofdinspecteur Verpleging en Chronische Zorg;
2°. de Hoofdinspecteur Curatieve gezondheidszorg;
3°. de Hoofdinspecteur Volksgezondheid;
4°. de Hoofdinspecteur Geneesmiddelen en Medische Technologie;
5°. de project Hoofdinspecteur Patiëntveiligheid, internationaal en zorg-ICT;
1°. de Hoofdinspecteur Verpleging en Chronische Zorg;
2°. de Hoofdinspecteur Curatieve gezondheidszorg;
3°. de Hoofdinspecteur Volksgezondheid;
4°. de Hoofdinspecteur Geneesmiddelen en Medische Technologie;
5°. de project Hoofdinspecteur Patiëntveiligheid, internationaal en zorg-ICT;
b. de stafbureaus: 1°. het bureau Bestuursondersteuning;
2°. het bureau Juridische Zaken en Handhaving;
3°. het bureau Voorlichting en Communicatie;
4°. het bureau Opsporing.
1°. het bureau Bestuursondersteuning;
2°. het bureau Juridische Zaken en Handhaving;
3°. het bureau Voorlichting en Communicatie;
4°. het bureau Opsporing.
4. Onder de plaatsvervangend IG ressorteren:
a. de directie Bedrijfsvoering;
b. het Kenniscentrum;
c. het IGZ-loket;
d. de regiokantoren: 1°. Noordoost (Zwolle);
2°. Noordwest (Amsterdam);
3°. Zuidwest (Den Haag);
4°. Zuidoost (’s Hertogenbosch);
5°. Geneesmiddelen en Medische Technologie (Den Haag).
1°. Noordoost (Zwolle);
2°. Noordwest (Amsterdam);
3°. Zuidwest (Den Haag);
4°. Zuidoost (’s Hertogenbosch);
5°. Geneesmiddelen en Medische Technologie (Den Haag).
5. De regiokantoren staan onder leiding van een hoofd Vestiging en zijn belast met de interne organisatie en het beheer.