BWBR0027741
Geldig vanaf 01-07-2010
Artikel 2
Besluit instelling Bedrijfscommissie Markt II
1. De bedrijfscommissie bestaat uit 12 leden en 12 plaatsvervangende leden.
2. Van deze leden en plaatsvervangende leden worden de volgende aantallen benoemd door de daarbij vermelde organisaties:
a. organisaties van ondernemers – 3 leden en 3 plaatsvervangende leden door: ActiZ organisatie van zorgondernemers, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZ Nederland) en Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Maatschappelijk Ondernemers Groep (MOgroep) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Werkgeversvereniging Openbare Bibliotheken (WOB), Kunstconnectie en Algemene Werkgeversvereniging VNO-NCW (AWVN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: MBO-Raad, HBO-Raad, Vereniging van Universiteiten (VSNU) en Werkgeversorganisatie in de Sport (WOS) gezamenlijk.
– 3 leden en 3 plaatsvervangende leden door: ActiZ organisatie van zorgondernemers, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZ Nederland) en Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Maatschappelijk Ondernemers Groep (MOgroep) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Werkgeversvereniging Openbare Bibliotheken (WOB), Kunstconnectie en Algemene Werkgeversvereniging VNO-NCW (AWVN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: MBO-Raad, HBO-Raad, Vereniging van Universiteiten (VSNU) en Werkgeversorganisatie in de Sport (WOS) gezamenlijk.
b. organisaties van werknemers – 2 leden en 2 plaatsvervangende leden door: ABVAKABO FNV;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: FNV KIEM en Algemene Onderwijsbond (Aob) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: CNV Publieke Zaak, CNV Kunstenbond en CNV Onderwijs gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: De Unie en Federatie Onderwijsbonden CMHF gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van beroepsorganisaties in de zorg (FBZ), Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) en Nieuwe Unie ’91 (NU ’91) gezamenlijk.
– 2 leden en 2 plaatsvervangende leden door: ABVAKABO FNV;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: FNV KIEM en Algemene Onderwijsbond (Aob) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: CNV Publieke Zaak, CNV Kunstenbond en CNV Onderwijs gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: De Unie en Federatie Onderwijsbonden CMHF gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van beroepsorganisaties in de zorg (FBZ), Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) en Nieuwe Unie ’91 (NU ’91) gezamenlijk.
2. Van deze leden en plaatsvervangende leden worden de volgende aantallen benoemd door de daarbij vermelde organisaties:
a. organisaties van ondernemers – 3 leden en 3 plaatsvervangende leden door: ActiZ organisatie van zorgondernemers, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZ Nederland) en Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Maatschappelijk Ondernemers Groep (MOgroep) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Werkgeversvereniging Openbare Bibliotheken (WOB), Kunstconnectie en Algemene Werkgeversvereniging VNO-NCW (AWVN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: MBO-Raad, HBO-Raad, Vereniging van Universiteiten (VSNU) en Werkgeversorganisatie in de Sport (WOS) gezamenlijk.
– 3 leden en 3 plaatsvervangende leden door: ActiZ organisatie van zorgondernemers, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZ Nederland) en Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Maatschappelijk Ondernemers Groep (MOgroep) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Werkgeversvereniging Openbare Bibliotheken (WOB), Kunstconnectie en Algemene Werkgeversvereniging VNO-NCW (AWVN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: MBO-Raad, HBO-Raad, Vereniging van Universiteiten (VSNU) en Werkgeversorganisatie in de Sport (WOS) gezamenlijk.
b. organisaties van werknemers – 2 leden en 2 plaatsvervangende leden door: ABVAKABO FNV;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: FNV KIEM en Algemene Onderwijsbond (Aob) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: CNV Publieke Zaak, CNV Kunstenbond en CNV Onderwijs gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: De Unie en Federatie Onderwijsbonden CMHF gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van beroepsorganisaties in de zorg (FBZ), Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) en Nieuwe Unie ’91 (NU ’91) gezamenlijk.
– 2 leden en 2 plaatsvervangende leden door: ABVAKABO FNV;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: FNV KIEM en Algemene Onderwijsbond (Aob) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: CNV Publieke Zaak, CNV Kunstenbond en CNV Onderwijs gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: De Unie en Federatie Onderwijsbonden CMHF gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van beroepsorganisaties in de zorg (FBZ), Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) en Nieuwe Unie ’91 (NU ’91) gezamenlijk.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027741
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl