BWBR0027708
Geldig vanaf 2010-06-08
Artikel 2
Besluit mandaat en machtiging Agentschap NL voor uitvoering subsidieregelingen en -programma’s Verkeer en Waterstaat
1. Aan de directeur-generaal Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wordt mandaat verleend om beslissingen op bezwaar te nemen in het kader van de in de bijlage opgenomen subsidieregelingen en subsidieprogramma’s voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem in mandaat is genomen.
2. De directeur-generaal Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie kan van het in het eerste lid aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen, voor zover:
a. het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door dezelfde functionaris is genomen; en
b. de functionaris niet in een hiërarchische verhouding ressorteert onder degene die het besluit heeft genomen waartegen het bezwaar zich richt.
3. Aan de directeur-generaal Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wordt tevens machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten.
4. De directeur-generaal Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie kan de in het derde lid aan hem verleende machtiging doorgeven aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.
2. De directeur-generaal Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie kan van het in het eerste lid aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen, voor zover:
a. het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door dezelfde functionaris is genomen; en
b. de functionaris niet in een hiërarchische verhouding ressorteert onder degene die het besluit heeft genomen waartegen het bezwaar zich richt.
3. Aan de directeur-generaal Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wordt tevens machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten.
4. De directeur-generaal Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie kan de in het derde lid aan hem verleende machtiging doorgeven aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.