BWBR0027685
Geldig vanaf 2010-08-01
Artikel 21
Regeling praktijkleren, versterking primaire opleidingen en impuls groen onderwijs
1. De Minister rangschikt aanvragen tot subsidieverlening die in een zelfde aanvraagperiode zijn ingediend, waarbij een aanvraag hoger wordt gerangschikt naarmate
a. de lacune in de mogelijkheden voor praktijkleren die de voorziening opvult, in relatie tot de aangetoonde vraag, ernstiger is, blijkend uit de analyses in het investeringsplan, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onderdeel a en b;
b. de voorziening meer een innovatief karakter heeft in relatie tot innovaties van bedrijven waar het te oefenen beroep wordt uitgeoefend, blijkend uit het onderdeel van het investeringsplan, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onderdeel d;
c. de verhouding tussen kosten en baten gunstiger is, blijkend uit de analyse in het investeringsplan, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onderdeel g;
d. de mate waarin de voorziening meerwaarde oplevert bij een goedgekeurd project in het kader van een programma als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Regeling kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs, blijkend uit het onderdeel van het investeringsplan, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onderdeel h;
e. het aantal agrarische opleidingscentra, hogescholen en, onderscheidenlijk of, Wageningen Universiteit in de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 20, derde lid, groter is;
f. de samenwerkingsovereenkomst zowel is getekend door één of meer agrarische opleidingscentra als door één of meer hogescholen en, onderscheidenlijk of, Wageningen Universiteit;
g. het aandeel cofinanciering door het bedrijf of de bedrijven die de samenwerkingsovereenkomst ondertekend hebben, in de begroting voor het tot stand brengen van de voorziening, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onderdeel f, groter is.
2. Volgens de rangschikking, bedoeld in het eerste lid, komt de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor subsidie in aanmerking.
3. Indien het totaal van de aanvragen, die naar het oordeel van de minister passen in het doel van de subsidie en voldoen aan de voorwaarden in artikel 17en 20, in enig jaar het subsidieplafond, bedoeld in artikel 18, overschrijdt wijst de minister op basis van de rangschikking, bedoeld in het eerste lid, één of meer aanvragen af.
a. de lacune in de mogelijkheden voor praktijkleren die de voorziening opvult, in relatie tot de aangetoonde vraag, ernstiger is, blijkend uit de analyses in het investeringsplan, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onderdeel a en b;
b. de voorziening meer een innovatief karakter heeft in relatie tot innovaties van bedrijven waar het te oefenen beroep wordt uitgeoefend, blijkend uit het onderdeel van het investeringsplan, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onderdeel d;
c. de verhouding tussen kosten en baten gunstiger is, blijkend uit de analyse in het investeringsplan, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onderdeel g;
d. de mate waarin de voorziening meerwaarde oplevert bij een goedgekeurd project in het kader van een programma als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Regeling kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs, blijkend uit het onderdeel van het investeringsplan, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onderdeel h;
e. het aantal agrarische opleidingscentra, hogescholen en, onderscheidenlijk of, Wageningen Universiteit in de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 20, derde lid, groter is;
f. de samenwerkingsovereenkomst zowel is getekend door één of meer agrarische opleidingscentra als door één of meer hogescholen en, onderscheidenlijk of, Wageningen Universiteit;
g. het aandeel cofinanciering door het bedrijf of de bedrijven die de samenwerkingsovereenkomst ondertekend hebben, in de begroting voor het tot stand brengen van de voorziening, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onderdeel f, groter is.
2. Volgens de rangschikking, bedoeld in het eerste lid, komt de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor subsidie in aanmerking.
3. Indien het totaal van de aanvragen, die naar het oordeel van de minister passen in het doel van de subsidie en voldoen aan de voorwaarden in artikel 17en 20, in enig jaar het subsidieplafond, bedoeld in artikel 18, overschrijdt wijst de minister op basis van de rangschikking, bedoeld in het eerste lid, één of meer aanvragen af.