BWBR0027660
Geldig vanaf 2011-01-01
Artikel 4
Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen
De Raad heeft tot taak:
a. het geven van beschikkingen op een aanvraag voor een erkenning, buitengewoon pensioen, garantietoeslag, uitkering, periodieke uitkering, garantie-uitkering, vergoeding, tegemoetkoming of herziening als bedoeld in de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen, afkomstig van een persoon die nog geen financiële aanspraak ontleent of heeft ontleend aan de wet waarop hij zijn aanvraag baseert;
b. het ambtshalve herzien van de erkenning als verzetsdeelnemer, vervolgde of burger-oorlogsslachtoffer;
c. het geven van beschikkingen op een aanvraag voor een uitkering of tegemoetkoming op grond van de AOR afkomstig van een persoon die nog geen financiële aanspraak ontleent of heeft ontleend aan deze regeling;
d. het vaststellen van beleidsregels voor beschikkingen van de Sociale verzekeringsbank als bedoeld in artikel 6, onderdelen a en b, en
e. het adviseren van de Sociale verzekeringsbank over beschikkingen waarbij niet op basis van de beleidsregels, bedoeld in onderdeel d, kan worden besloten.
a. het geven van beschikkingen op een aanvraag voor een erkenning, buitengewoon pensioen, garantietoeslag, uitkering, periodieke uitkering, garantie-uitkering, vergoeding, tegemoetkoming of herziening als bedoeld in de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen, afkomstig van een persoon die nog geen financiële aanspraak ontleent of heeft ontleend aan de wet waarop hij zijn aanvraag baseert;
b. het ambtshalve herzien van de erkenning als verzetsdeelnemer, vervolgde of burger-oorlogsslachtoffer;
c. het geven van beschikkingen op een aanvraag voor een uitkering of tegemoetkoming op grond van de AOR afkomstig van een persoon die nog geen financiële aanspraak ontleent of heeft ontleend aan deze regeling;
d. het vaststellen van beleidsregels voor beschikkingen van de Sociale verzekeringsbank als bedoeld in artikel 6, onderdelen a en b, en
e. het adviseren van de Sociale verzekeringsbank over beschikkingen waarbij niet op basis van de beleidsregels, bedoeld in onderdeel d, kan worden besloten.