BWBR0027612
Geldig vanaf 2013-12-09
Artikel 11
Subsidieregeling NLR
1. NLR dient binnen 22 weken volgend op het kalenderjaar waarop de verleende subsidie betrekking heeft een aanvraag tot subsidievaststelling in bij de minister, ter attentie van de Directeur-Generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Postbus 20904, 2500 EX Den Haag.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. een schriftelijke verantwoording over het Onderzoeksprogramma NLR in de vorm van een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 4:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarin in ieder geval de relatie van de onderzoeken met de onderzoeksdoelstelling, de stand van de onderzoeken en de onderzoeksresultaten worden vermeld, alsmede de voor het Onderzoeksprogramma NLR gemaakte kosten;
b. een financieel verslag als bedoeld in artikel 4:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vergezeld van een goedkeurende accountantsverklaring;
c. een jaarrekening en een jaarverslag van het desbetreffende kalenderjaar; en
d. tevredenheidsverklaringen van de andere bij NLR betrokken departementen.
3. De minister beslist binnen 22 weken na ontvangst op de aanvraag tot subsidievaststelling.
4. Voor zover in enig kalenderjaar sprake is van een niet tot besteding gekomen gedeelte van de subsidie die voor dat jaar ten behoeve van de Programmafinanciering is verleend en dit bedrag evenmin geheel in het direct daarop volgende begrotingsjaar tot besteding wordt gebracht, wordt dit overschot of het resterende gedeelte daarvan na beëindiging van het tweede begrotingsjaar volgend op het jaar van terbeschikkingstelling op eerste vordering terugbetaald aan de minister.
5. Voor zover in enig kalenderjaar sprake is van een niet tot besteding gekomen gedeelte van de subsidie die voor dat jaar ten behoeve van de Instandhoudingsbijdrage is verleend en dit bedrag evenmin geheel in de direct daarop volgende acht begrotingsjaren tot besteding wordt gebracht, wordt dit overschot of het resterende gedeelte daarvan na beëindiging van het negende begrotingsjaar volgend op het jaar van terbeschikkingstelling op eerste vordering terugbetaald aan de minister.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. een schriftelijke verantwoording over het Onderzoeksprogramma NLR in de vorm van een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 4:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarin in ieder geval de relatie van de onderzoeken met de onderzoeksdoelstelling, de stand van de onderzoeken en de onderzoeksresultaten worden vermeld, alsmede de voor het Onderzoeksprogramma NLR gemaakte kosten;
b. een financieel verslag als bedoeld in artikel 4:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vergezeld van een goedkeurende accountantsverklaring;
c. een jaarrekening en een jaarverslag van het desbetreffende kalenderjaar; en
d. tevredenheidsverklaringen van de andere bij NLR betrokken departementen.
3. De minister beslist binnen 22 weken na ontvangst op de aanvraag tot subsidievaststelling.
4. Voor zover in enig kalenderjaar sprake is van een niet tot besteding gekomen gedeelte van de subsidie die voor dat jaar ten behoeve van de Programmafinanciering is verleend en dit bedrag evenmin geheel in het direct daarop volgende begrotingsjaar tot besteding wordt gebracht, wordt dit overschot of het resterende gedeelte daarvan na beëindiging van het tweede begrotingsjaar volgend op het jaar van terbeschikkingstelling op eerste vordering terugbetaald aan de minister.
5. Voor zover in enig kalenderjaar sprake is van een niet tot besteding gekomen gedeelte van de subsidie die voor dat jaar ten behoeve van de Instandhoudingsbijdrage is verleend en dit bedrag evenmin geheel in de direct daarop volgende acht begrotingsjaren tot besteding wordt gebracht, wordt dit overschot of het resterende gedeelte daarvan na beëindiging van het negende begrotingsjaar volgend op het jaar van terbeschikkingstelling op eerste vordering terugbetaald aan de minister.