BWBR0027606
Geldig vanaf 2010-04-30
Artikel 5
Regeling subsidie regionale expertisecentra in verband met de pakketmaatregel AWBZ 2009
1. De rec’s zetten de subsidie in door op verzoek van een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs middelen te verstrekken voor de ondersteuning van een zorgleerling waarvan de ondersteuningsvraag de mogelijkheden van de school te boven gaat en die als gevolg van de pakketmaatregel AWBZ 2009 geen of te weinig extra AWBZ-begeleiding kan inzetten op school om van het onderwijs te profiteren of het onderwijsproces voor de medeleerlingen niet te veel te verstoren, waardoor de leerling zonder extra ondersteuning niet op school kan blijven.
2. Het verzoek:
a. van de basisschool, de speciale school voor basisonderwijs en de school voor voortgezet onderwijs aan het rec komt tot stand door overleg tussen de reguliere school, de ambulant begeleider en de ouders;
b. van de school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs aan het rec komt tot stand door overleg tussen de commissie voor begeleiding van de school voor speciaal onderwijs en de ouders en indien van toepassing de instelling waar de leerling woont.
3. In het verzoek dient aangegeven te zijn:
a. dat de leerling een indicatie heeft voor speciaal onderwijs, of geplaatst is op een school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs, voor welk cluster en indien van toepassing – welke onderwijssoort;
b. wat de hulpvraag van de leerling is en welke ondersteunende zorg de leerling nodig heeft;
c. welke zorg de school kan bieden en welke extra middelen ingezet worden zoals AWBZ-zorg in de vorm van een pgb of uit het zorgzwaarte pakket als het een leerling uit een zorginstelling betreft;
d. waarom de school geen sluitend aanbod kan doen en niet de ondersteuning kan bieden die voor de leerling noodzakelijk is om op deze school onderwijs te kunnen (blijven) volgen.
4. Bij het verzoek wordt een kopie van het handelingsplan van de leerling bijgesloten.
5. Vóór het begin van het schooljaar maken de rec’s cluster 3 en 4, of de samenwerkende rec’s als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, een afweging op basis van
a. de beschikbare subsidiemiddelen,
b. het aantal verzoeken,
c. de urgentie per verzoek,
d. de gemiddelde kosten van een uur begeleiding,
welke verzoeken het meest urgent zijn en gehonoreerd worden voor twee, vier of zes uren extra begeleiding per week als genoemd in artikel 5, achtste en negende lid.
6. Artikel 5, vijfde lidbetekent dat een verzoek kan worden afgewezen omdat de urgentie van andere scholen groter is, of omdat de subsidiemiddelen zijn uitgeput.
7. De rec’s reserveren een deel van de subsidiemiddelen voor een tweede verdeelmoment op 1 januari van het betreffende schooljaar voor de tussentijdse instroom van zorgleerlingen.
8. Verzoeken voor de middelen als bedoeld in artikel 5, zevende lid, worden gedaan overeenkomstig artikel 5, lid 2, 3 en 4. De beoordeling en toekenning vindt plaats overeenkomstig artikel 5, vijfde lid, vóór 1 januari van het betreffende schooljaar
9. Voor een zorgleerling ingeschreven in het basisonderwijs, de speciale school voor basisonderwijs of de school voor voortgezet onderwijs kunnen middelen voor twee uur of vier uur per week extra ondersteuning worden toegekend.
10. Voor een zorgleerling in het speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs kunnen middelen voor twee uur, vier uur of zes uur per week aan extra ondersteuning worden toegekend.
11. Uitgegaan wordt van een gemiddeld bedrag per uur begeleiding van € 37,50.
12. De inzet van de extra ondersteuningsmiddelen die een school door middel van deze regeling ontvangt voor een zorgleerling, wordt opgenomen in het handelingsplan van de leerling.
13. De uitvoering van het bepaalde in dit artikel geschiedt op basis van het hierbij verleende mandaat aan de bestuursvoorzitters van de rec’s om deze regeling namens de minister uit te voeren. De rec’s zijn gehouden van dit mandaat in hun correspondentie te laten blijken en dragen er zorg voor dat alle in het kader van deze regeling genomen besluiten worden getekend namens de minister. Ondermandaat binnen het rec is toegestaan, indien dit wordt vastgelegd in een ondermandaatregeling.
14. Bezwaarschriften, gericht tegen besluiten genomen op grond van het bepaalde in dit artikel, worden behandeld conform de Regeling behandeling bezwaarschriften OCW.
2. Het verzoek:
a. van de basisschool, de speciale school voor basisonderwijs en de school voor voortgezet onderwijs aan het rec komt tot stand door overleg tussen de reguliere school, de ambulant begeleider en de ouders;
b. van de school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs aan het rec komt tot stand door overleg tussen de commissie voor begeleiding van de school voor speciaal onderwijs en de ouders en indien van toepassing de instelling waar de leerling woont.
3. In het verzoek dient aangegeven te zijn:
a. dat de leerling een indicatie heeft voor speciaal onderwijs, of geplaatst is op een school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs, voor welk cluster en indien van toepassing – welke onderwijssoort;
b. wat de hulpvraag van de leerling is en welke ondersteunende zorg de leerling nodig heeft;
c. welke zorg de school kan bieden en welke extra middelen ingezet worden zoals AWBZ-zorg in de vorm van een pgb of uit het zorgzwaarte pakket als het een leerling uit een zorginstelling betreft;
d. waarom de school geen sluitend aanbod kan doen en niet de ondersteuning kan bieden die voor de leerling noodzakelijk is om op deze school onderwijs te kunnen (blijven) volgen.
4. Bij het verzoek wordt een kopie van het handelingsplan van de leerling bijgesloten.
5. Vóór het begin van het schooljaar maken de rec’s cluster 3 en 4, of de samenwerkende rec’s als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, een afweging op basis van
a. de beschikbare subsidiemiddelen,
b. het aantal verzoeken,
c. de urgentie per verzoek,
d. de gemiddelde kosten van een uur begeleiding,
welke verzoeken het meest urgent zijn en gehonoreerd worden voor twee, vier of zes uren extra begeleiding per week als genoemd in artikel 5, achtste en negende lid.
6. Artikel 5, vijfde lidbetekent dat een verzoek kan worden afgewezen omdat de urgentie van andere scholen groter is, of omdat de subsidiemiddelen zijn uitgeput.
7. De rec’s reserveren een deel van de subsidiemiddelen voor een tweede verdeelmoment op 1 januari van het betreffende schooljaar voor de tussentijdse instroom van zorgleerlingen.
8. Verzoeken voor de middelen als bedoeld in artikel 5, zevende lid, worden gedaan overeenkomstig artikel 5, lid 2, 3 en 4. De beoordeling en toekenning vindt plaats overeenkomstig artikel 5, vijfde lid, vóór 1 januari van het betreffende schooljaar
9. Voor een zorgleerling ingeschreven in het basisonderwijs, de speciale school voor basisonderwijs of de school voor voortgezet onderwijs kunnen middelen voor twee uur of vier uur per week extra ondersteuning worden toegekend.
10. Voor een zorgleerling in het speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs kunnen middelen voor twee uur, vier uur of zes uur per week aan extra ondersteuning worden toegekend.
11. Uitgegaan wordt van een gemiddeld bedrag per uur begeleiding van € 37,50.
12. De inzet van de extra ondersteuningsmiddelen die een school door middel van deze regeling ontvangt voor een zorgleerling, wordt opgenomen in het handelingsplan van de leerling.
13. De uitvoering van het bepaalde in dit artikel geschiedt op basis van het hierbij verleende mandaat aan de bestuursvoorzitters van de rec’s om deze regeling namens de minister uit te voeren. De rec’s zijn gehouden van dit mandaat in hun correspondentie te laten blijken en dragen er zorg voor dat alle in het kader van deze regeling genomen besluiten worden getekend namens de minister. Ondermandaat binnen het rec is toegestaan, indien dit wordt vastgelegd in een ondermandaatregeling.
14. Bezwaarschriften, gericht tegen besluiten genomen op grond van het bepaalde in dit artikel, worden behandeld conform de Regeling behandeling bezwaarschriften OCW.