BWBR0027592
Geldig vanaf 2010-07-01
Artikel 2
Beleidsregel verlaging cultuursubsidies
Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop de minister gebruik maakt van de bevoegdheid tot het:
a. lager vaststellen van een op grond van de Wet op het specifiek cultuurbeleid verleende jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie op grond van artikel 4:46, tweede lid, van de Awb, en
b. wijzigen van een op grond van de Wet op het specifiek cultuurbeleid verleende jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie ten nadele van de ontvanger op grond van artikel 4:48, eerste lid, van de Awb, ingeval de subsidieontvanger niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in de artikelen 2.22, eerste lid, onderscheidenlijk 2.15, eerste lid, van de Rsc, tot het binnen de daarvoor gestelde termijn indienen van de verantwoordingsbescheiden, bedoeld in die artikelen.
a. lager vaststellen van een op grond van de Wet op het specifiek cultuurbeleid verleende jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie op grond van artikel 4:46, tweede lid, van de Awb, en
b. wijzigen van een op grond van de Wet op het specifiek cultuurbeleid verleende jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie ten nadele van de ontvanger op grond van artikel 4:48, eerste lid, van de Awb, ingeval de subsidieontvanger niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in de artikelen 2.22, eerste lid, onderscheidenlijk 2.15, eerste lid, van de Rsc, tot het binnen de daarvoor gestelde termijn indienen van de verantwoordingsbescheiden, bedoeld in die artikelen.