BWBR0027587
Geldig vanaf 2010-04-29
Artikel 2
Regeling bedrijfshulpverlening OCW 2010
1. De aanwijzing als bedrijfshulpverlener, ontruimingsmedewerker of ploegleider geschiedt schriftelijk door het bevoegd gezag.
2. In de aanwijzing wordt in ieder geval opgenomen:
a. de naam, voornaam en geboortedatum van betrokkene;
b. de directie of een ander onderdeel van het ministerie waar betrokkene werkzaam is;
c. de BHV-lokatie waar betrokkene wordt ingezet;
d. de datum van ingang van de aanwijzing;
e. de taak van betrokkene in het kader van zijn aanwijzing.
3. De aanwijzing als bedrijfshulpverlener of ploegleider wordt door het bevoegd gezag ingetrokken:
a. indien de bedrijfshulpverlener of ploegleider daarom schriftelijk verzoekt;
b. indien de bedrijfshulpverlener of ploegleider niet de vereiste opleiding, (herhalings)lessen en oefeningen volgt;
c. indien het bevoegd gezag de bedrijfshulpverlener of ploegleider niet meer in staat acht naar behoren zijn taak uit te voeren;
d. bij vertrek bij het ministerie.
4. De aanwijzing als ontruimingsmedewerker wordt door het bevoegd gezag ingetrokken indien sprake is van een omstandigheid als bedoeld in het derde lid, onder a, c of d.
2. In de aanwijzing wordt in ieder geval opgenomen:
a. de naam, voornaam en geboortedatum van betrokkene;
b. de directie of een ander onderdeel van het ministerie waar betrokkene werkzaam is;
c. de BHV-lokatie waar betrokkene wordt ingezet;
d. de datum van ingang van de aanwijzing;
e. de taak van betrokkene in het kader van zijn aanwijzing.
3. De aanwijzing als bedrijfshulpverlener of ploegleider wordt door het bevoegd gezag ingetrokken:
a. indien de bedrijfshulpverlener of ploegleider daarom schriftelijk verzoekt;
b. indien de bedrijfshulpverlener of ploegleider niet de vereiste opleiding, (herhalings)lessen en oefeningen volgt;
c. indien het bevoegd gezag de bedrijfshulpverlener of ploegleider niet meer in staat acht naar behoren zijn taak uit te voeren;
d. bij vertrek bij het ministerie.
4. De aanwijzing als ontruimingsmedewerker wordt door het bevoegd gezag ingetrokken indien sprake is van een omstandigheid als bedoeld in het derde lid, onder a, c of d.