BWBR0027565
Geldig vanaf 2010-04-29
Artikel 2
Mandaatbesluit beschermde stads- en dorpsgezichten
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1wordt aan de directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs en aan de directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed mandaat, volmacht en machtiging verleend tot:
a) het verrichten van alle benodigde werkzaamheden ter voorbereiding en ter uitvoering van de in artikel 1 bedoelde besluiten;
b) het voeren van bezwaar- en (hoger) beroepsprocedures inzake de in artikel 1 genoemde besluiten.
2. De directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs en de directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kunnen met betrekking tot hun bevoegdheden, genoemd in het eerste lid ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.
3. De directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs en de directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed dragen zorg voor de onderlinge afstemming en werkafspraken bij de toepassing van de aan hen in het eerste lid toegekende mandaat, volmacht en machtiging.
a) het verrichten van alle benodigde werkzaamheden ter voorbereiding en ter uitvoering van de in artikel 1 bedoelde besluiten;
b) het voeren van bezwaar- en (hoger) beroepsprocedures inzake de in artikel 1 genoemde besluiten.
2. De directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs en de directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kunnen met betrekking tot hun bevoegdheden, genoemd in het eerste lid ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.
3. De directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs en de directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed dragen zorg voor de onderlinge afstemming en werkafspraken bij de toepassing van de aan hen in het eerste lid toegekende mandaat, volmacht en machtiging.