BWBR0027556
Geldig vanaf 2010-07-29
Artikel 3
Beleidsregel veiligheid zeeschepen
Grondslag: SOLAS hoofdstuk III, voorschrift 20.4
SB 2004 art. 40en 41
Bij de inspectie van sloepslopers worden de volgende verschijnselen in ieder geval aangemerkt als gebreken die noodzaken tot het vernieuwen van de sloepslopers en/of de eindverbindingen:
a. ernstige roestvorming;
b. intering;
c. vervorming of beschadiging van afzonderlijke kabelstrengen of van de gehele draad;
d. verstoring van de kabelconstructie;
e. andere zodanige afwijkingen dat de sterkte wordt aangetast of de slijtagegevoeligheid in ernstige mate toeneemt;
f. een eindverbinding die niet een vergelijkbaar sterke eindverbinding oplevert als de door de oorspronkelijke leverancier geleverde eindverbinding. Een eindverbinding door middel van draadklemmen (kabelkiezen) is niet toegestaan.
Overigens voldoet de sloepsloper met inbegrip van de eindverbinding aan de voorschriften van de fabrikant van het tewaterlatingsmiddel.
De kapitein of de eigenaar van het schip kan bepaalde, door de bevoegde autoriteiten aan te wijzen, delen van de draad/sloepsloper aan een trekproef laten onderwerpen. Indien deze delen de trekproef doorstaan, behoeft de draad/sloepsloper niet te worden vervangen.
SB 2004 art. 40en 41
Bij de inspectie van sloepslopers worden de volgende verschijnselen in ieder geval aangemerkt als gebreken die noodzaken tot het vernieuwen van de sloepslopers en/of de eindverbindingen:
a. ernstige roestvorming;
b. intering;
c. vervorming of beschadiging van afzonderlijke kabelstrengen of van de gehele draad;
d. verstoring van de kabelconstructie;
e. andere zodanige afwijkingen dat de sterkte wordt aangetast of de slijtagegevoeligheid in ernstige mate toeneemt;
f. een eindverbinding die niet een vergelijkbaar sterke eindverbinding oplevert als de door de oorspronkelijke leverancier geleverde eindverbinding. Een eindverbinding door middel van draadklemmen (kabelkiezen) is niet toegestaan.
Overigens voldoet de sloepsloper met inbegrip van de eindverbinding aan de voorschriften van de fabrikant van het tewaterlatingsmiddel.
De kapitein of de eigenaar van het schip kan bepaalde, door de bevoegde autoriteiten aan te wijzen, delen van de draad/sloepsloper aan een trekproef laten onderwerpen. Indien deze delen de trekproef doorstaan, behoeft de draad/sloepsloper niet te worden vervangen.